DE SCHUTTING 3 Verhalen
1e De schutting 2e De chauffeur 3e De bejaardenflat
Buurman hád een schutting zo kun je dit wel stellen.
De schutting is/ was van hem, omdat hij op een hoekhuis
woont.
Nu heeft hij die schutting niet meer, hij is omgewaaid,er
was een zware storm geweest.
Iedereen kon nu gewoon door zijn tuin lopen.
Dus de functie waar het voordien… diende, bestond niet
meer.
De schutting lag finaal plat.
Het was nu een hele klus om dat weer voor elkaar te
krijgen.
Het hout van de staanders was verrot.
Er waren nieuwe staanders nodig en nieuw schutting
materiaal.
Zijn vrouw zei als doemdenker, “dat hebben wij weer.
En hoe denk je dat op te lossen? Je wilt toch niet proberen
het zelf te doen? Je moet maar een klusjesman zoeken?”
“Ja, ja, jij hebt makkelijk praten, wat denk je wel wat dit
kost?
Trouwens er markeert niks aan mijn handen, hoor.”
“Nee niet aan je handen, maar wel aan je hersens.
Je denkt zeker dat je nog 18 blijft, maar je bent wel 81,
het houd één keer op.
Mensen die de chaos zagen en bij hem daarover een
opmerking maakte, werden gelijk verzekerd van zijn plannen.
“Ik ga een nieuwe schutting neerzetten.”
Nu moet je dat IK, niet zo letterlijk nemen gezien zijn leeftijd.
Maar met zijn mond kon hij de mooiste luchtkastelen bouwen.
“Buur, zou je dat wel doen, het is zwaar werk hoor?”
“Ik heb in mijn leven, voor zwaardere klussen gestaan.”
“Ja maar, gezien je leeftijd.”
“Ach,” bagatelliseerde hij, “als het moet spring ik nog over
die schutting heen.”
“Nou dat betwijfel ik, zelfs nu hij plat licht zal het je niet
lukken.”
Hij stoorde zich aan deze sneer en eindigde het gesprek.
“Laat mij me gang maar gaan?”
Nu kon hij het niet meer uitstellen.
Alleen, zo’n klus klaar je écht niet in je eentje, er moest
toch hulp bijkomen.
Zijn vrouw die wist dat hij toch niet van zijn plan af te
brengen was.
En had familie ingeschakeld. Het waren mannen die nog
de leeftijd hadden dat ze hun handen wél konden gebruiken.
Ze had deze crew goed samengesteld.
Het aandeel van haar man was nu… dat hij de opzichter
zou uithangen en bepaalde wanneer wat en waar het werk
moest gebeuren.
Nu hij voor zichzelf had bepaald dat alles onder zijn leiding
bleef, was hij niet meer te houden.
Zelfs in de stromende regen kon hij niet stoppen. Maar
zijn helpers zagen er geen brood meer in en dachten daar
écht anders over.
Als er wat gedaan moest worden, dan zei hij niet, zouden
jullie dit of dat willen doen? Nee zijn ik speelde dan op.
IK ga nog even een gat maken, om die volgende paal in
te zetten.
Waarna zijn zoon en schoonzoon het uiteindelijk klaarde.
Het regende bijna aan een stuk door, maar als een echte
werkgever spoorde hij ze aan, om nog even dit of dat te
doen.
Zijn knechten, want daar leek het wel op, begrepen best
wel dat hij omdat zij ook niet altijd tijd hadden het werk
klaar wilde hebben.
Maar, Keulen en Aken zijn ook niet op één dag gebouwd.
Tussen de buien door, gingen ze zoveel mogelijk door.
Toen hij de andere dag van de buren een complimentje
kreeg, dat het er goed uit ging zien.
Zei hij trots, “Ja het is effen aanpakken en dan is het zo
gefikst.”
Ze keken hem met bewondering aan, omdat zo’n oude
man dat toch maar even deed. Gaten graven… palen in
de grond slaan, schutting plaatsen, schroeven en boren.
“En u doet dat allemaal zonder hulp?” Vroegen ze met
verbazing.
“Ach… ik heb een beetje hulp van familie, maar daar heb
je niet zoveel aan,” zei hij minzaam.
Het was voor hem moeilijk zijn ego in de waagschaal te
stellen, door te zeggen.
IK loop alleen maar in de weg. En… IK heb nog geen stuk
gereedschap aangeraakt.
Je hoorde hem alleen zeggen. “Ik heb dat soort klusjes wel
meer gedaan.”
Alleen, toen was hij héél wat jaartjes jonger.
Toen het karwij achter de rug was, stond hij trots bij zijn
schutting om de complimenten in ontvangst te nemen.
DE CHAUFFEUR
Hij had een druk bestaan.
Zijn autorijschool floreerde goed.
Het was niet altijd zijn bedrijf geweest, hij had hem over
kunnen nemen.
Voordien was hij jarenlang vrachtwagen chauffeur geweest.
Hij was daar zelfstandig en had een eigen vrachtwagen met
2 opleggers.
En een contract voor 25 jaar, bij één van de grote expediteurs.
Maar het contract was nu beëindigd en een nieuwe zat er
niet in.
Ze waren blij hem kwijt te zijn, omdat ze nu met hun eigen
wagens en hele jonge chauffeurs zonder ervaring, meer
konden verdienen.
Het salaris wat ze betaalden, was zelfs minder dan het
minimum loon.
Ze moesten met extra uren hun inkomen opvijzelen.
Nu hij weer moest leuren voor werk, was voor hem de lol
eraf.
Voor een mooie prijs kon hij zijn combinatie over doen aan
een van die nieuwelingen. De laatste trekker die hij had
gekocht was inmiddels ook al weer 5 jaar oud en stond nu
op 600.000 kilometer.
Hij had het geld goed weggezet op rente. Nu kon hij op
zijn gemak gaan kijken wat of hij zou doen.
Voorlopig ging hij eerst solliciteren om niet zijn winst te
hoeven op te eten.
Hij vond vrij snel een baan.
Als particulier chauffeur. Zijn baas was een diamantair,
met een etter van een vrouw.
Dat mens begon de dag met een ochtentziekte. Ze was dan
voor geen reden vatbaar.
En als hij ergens de pest aan had dan was het wel aan
ochtentziekte.
Hij dacht, welk recht heeft iemand zonder enige rede zijn
gevoelens af te reageren op een ander.
Daarnaast was ze ook manisch depressief en hij had
zelf weleens gedacht dat deze twee karaktertrekken met
elkaar te maken hadden.
Ze kon zonder dat een ander haar begreep, iedereen van
repliek dienen.
Dat hij het 2 jaar had uitgehouden, verbaasde hem nog
steeds.
Het gezin had geen kinderen, maar ter vervanging had
dat mens 5 pekineesjes.
Hij vond, ondanks dat hij van dieren hield, dit een paar
KOLERE honden.
Af en toe kon hij ze wel wurgen met hun eeuwige gekef.
Als mevrouw een stelletje theetantes op visite had, kreeg
hij opdracht de hondjes uit te laten.
Dan liep hij met 5 beestjes aan 5 lijntjes, langs een
groenstrook bij het park.
En voelde hij zich echt een grote zak.
In een schoudertasje die hij meekreeg, echt zo’n gek dames
ding, daar zaten plasticzakjes in voor de hondenpoep.
Wat voelde hij zich belachelijk zoals hij daar liep.
De hondjes hadden allemaal een jasje aan en als het érg
koud was, kregen ze ook nog een mutsje op. Daar zaten
dan weer gaten in waar hun oren
doorgestoken moesten worden. Madam lette goed op dat
dit gebeurde.
Je liep compleet voor joker.
Wanneer hij eenmaal aan het wandelen was, begonnen
de honden aan elkaar’s petjes te trekken.
Hij liet ze hun gang maar gaan, in de hoop dat ze de boel uit
elkaar zouden trekken, zodat hij ze niet meer op mocht doen.
Het ergst vond hij, als een van zijn oud collega’s voorbij
reden met hun vrachtwagen en hem dan met een hoop
getoeter kenbaar maakten dat ze hem hadden gezien.
Op een dag liep het allemaal niet zo lekker.
Zijn baas mopperde doordat hij steeds een file inreed en
daarom te laat op kantoor kwam.
Toen hij de opmerking maakte, tegen zijn baas, dat hij dan
beter zelf kon rijden, als hij dacht dat hij slimmer was.
Toen was helemaal de boot aan. De man begon hem uit
te kafferen.
Hij liep al weken met plannen rond, om er mee te stoppen.
En nu hij een rijschool kon kopen, liet hij zich nu gaan.
Hij zette de auto aan de kant en zei, “weet je wat je van
mij kan… BARSTEN!”
Dit was het laatste wat de man had verwacht,
“WAT ZEG JE?”
“JA, JE HOORT HET GOED…BARSTEN!”
Hij zag de man van woede bibberen en roepen.
“Breng mij nu maar naar de zaak.Vanavond hebben we
het er wel over.
Teruggekomen, was mevrouw ook al ingelicht. Hij had
nog nooit goed contact gehad met haar. Hij had zich
vaak verbaasd waarom hij het zolang liet welgevallen.
Maar nu was het helemaal foute boel.
Als een soort straf, omdat ze wist dat hij dat niet prettig
vond, moest hij de honden uitlaten.
Dit had ze vandaag met zijn stemming, nu net niet moeten
doen.
Daarom liep het helemaal verkeerd af.
Hij was toch met die krengen de straat op gegaan.
Het was net of de honden helemaal op de hoogte waren
van het conflict. Ze reageerden zo tegendraads.
Eerst liepen ze altijd gelijk met elkaar op, nu vlogen de
5 lijntjes alle kanten op.
Een hond moest hij steeds meetrekken omdat hij bleef
snuffelen. Zijn stemming was op het nulpunt gedaald.
Terwijl hij een drukke weg moest oversteken, lette hij
steeds op die mispunt die steeds achter bleef. Zijn totale
overzicht over de andere honden schoot er bij in. Er kwam
een scooter de hoek om scheuren.
De jongen negeerden zijn verkeerslicht en reed over een
van de hondjes heen.
Hij zag het beestje in de rondte slingeren. En dacht nog,
het is goed dat ze aan de lijn zit, anders zou dat beest van
schrik weg rennen.
Alleen, was het nog veel erger, het dier bleef liggen en gaf
geen levensteken meer.
Nu was voor hem helemaal de boot aan, met het conflict
wat vooraf gebeurd was, zouden ze hem wel beschuldigen
van moedwil.
Hij had het slachtoffer in een doos gedaan en meegenomen.
Toen hij terug kwam zette hij de doos op tafel.
Nu was er écht paniek in de tent.
De vrouw liep te schreeuwen en te gillen. Ze had haar
man gebeld, die zou meteen met een taxi naar huis komen.
Hij was bang als hij zijn chauffeur zou bellen, dat hem
misschien hetzelfde zou overkomen net als zijn hond.
Na al dat verdriet wat er plaats vond, werd hem dit ongeluk
natuurlijk verweten.
Hij had het al gezien, zich verdedigen had totaal geen zin.
Een hele tijd liet hij die tirade over zich heen komen.
En zat het op stoïcijnse manier aan te horen. Eensklaps
vond hij het genoeg.
“Ik zou nu maar eens stoppen, anders sodemieter ik jullie
allebei door het raam naar buiten!”
Er viel een doodse stilte. Ze waren sprakeloos, zo waren
ze nog nooit door iemand aangesproken en helemaal niet
door het personeel.
Ze hadden daar geen weerwoord voor.
Met een zekere angst keken ze elkaar aan.
Hij pakte zijn spullen bij elkaar en zei nog, “goedendag.”
Een goede dag kon het voor hun niet meer worden, ze
waren blij dat hij weg ging. Bij de deur draaide hij zich
nog even om en riep.
“En speel geen spelletje met me hè!? Want dat zal jullie
berouwen.”
Nou een spelletjes spelen???
Dat was wel het laatste waar ze aan dachten.
En hij kon op het aanbod ingaan van die rijschool.
DE BEJAARDENFLAT
Uiterst precies was hij. Geen stipje op het tapijt.
Alles precies geordend.
Blindelings wist hij waar alles lag.
Jaren later nadat zijn vrouw was overleden, leerde hij een
vrouw kennen waarmee hij nu goed bevriend werd. Ze was
een weduwe met een zoon die gezien zijn leeftijd al jaren
op zichzelf woont.
De zoon had altijd de honneurs voor haar waargenomen,
wat betreft haar bankzaken, inschrijvingen, opzeggingen etc.
Toen hij merkte dat zijn moeder een vriend had, die precies
wist wat hij wilde en alles zelf kon regelen, nam hij afstand
van haar.
Deze man was slim, bijdehand en in staat voor haar iets te
betekenen.
De man regelde de vakanties, iets waar zijzelf weinig aan
toe was gekomen.
Dit was niet zo vreemd ze had slechte benen en liep met
een stok. Ondanks hun leeftijd, reden ze nog met een
klein caravannetje helemaal naar Spanje.
Een paar jaar later werd door zijn familie gezegd dat nu
het moment was gekomen om daarmee te stoppen.
Zij stonden daarvoor open en zagen beiden de redelijkheid
in van die beslissing.
Het werd nu andere soorten vakanties. Met de bus naar
Spanje of Italië, compleet verzorgd in een hotel.
En dat een paar maal per jaar.
Ze begon na een paar ritten te klagen, dat die busreizen
te lang werden voor haar benen. Daar had hij een oplossing
voor.
Het werden nu vliegreizen, met hetzelfde resultaat.
Goede hotels en als het mogelijk was 4 maal per jaar met
vakantie. Ook die manier van reizen werd voor haar
steeds moeilijker.
Als ze opperde dat het nu wel genoeg was, ging hij zo
eigenwijs als hij was, daar niet mee akkoord.
Het werden steeds meer ingewikkelder reizen met rolstoelen
en wat er allemaal bij geregeld moest worden.
“Ik blijf onder geen beding thuis zitten,” zei hij eigenwijs.
Tot huilens toe beklaagde ze haar nood, bij zijn dochter.
Deze adviseerde haar vader er mee te stoppen, maar dat
ging oor in oor uit.
Soms kregen ze een telefoontje, dat pa met vriendin ergens
op een luchthaven stond in Amsterdam of Rotterdam. Ze
waren dan net terug van vakantie, en hadden de hoop thuis
gebracht te worden door hun schoonzoon.
Dit heeft zo jaren geduurd.
Inmiddels ging de gezondheidstoestand ook van hem achteruit.
Maar hij zag dat niet in. Hij begon vergeetachtig te worden
nog eigenwijzer en erg wantrouwend.
Er kwamen dwangbevelen binnen. Als er niet betaald
werd zouden ze afgesloten worden, van de meeste
belangrijke producten, zoals gas, licht, telefoon etc.
De schoonzoon werd er bij geroepen.
“Er klopt iets niet,” zei pa.
Maar voor dat hij zijn schoonzoon had gebeld, had hij
zelf diverse stappen ondernomen met instanties die niets
met zijn probleem te maken hadden.
En om dit nu over te geven aan zijn schoonzoon, dat was
voor hemzelf al een gevecht vooraf.
“Pa… je hebt al maanden niets meer betaald.”
Dat betalen was in zoverre geen probleem, omdat er geld
genoeg was.
“Dat liegen ze, het zijn allemaal dieven die banken.” Was
dan zijn reactie.
Zijn schoonzoon kon in die opmerking over die banken
wel waarderen, in maar al die aanmaningen klopte nu
toevallig wel.
“Ja dat kan u dan wel zeggen, maar als ik in uw papieren
kijk zie ik nergens een afschrijving.”
“Ja dat zal die meneer wel gestolen hebben.”
“Welke mijnheer?” En dacht, hij begint te dementeren.
“Er was hier een vent en die wilde meteen een heleboel
geld van me hebben.
Dat heb ik mooi niet gegeven, dat soort smeerlappen
proberen bij oude mensen geld af te troggelen.”
“Ja maar pa, wat was dat dan voor een man?”
“Hij zei dat hij de eigenaar van mijn telefoon was.
Ik heb hem meteen de deur uitgestuurd, want die telefoon
hier... is van mij en van niemand anders.”
Het begon zijn schoonzoon te dagen. Die man was een
deurwaarder die geprobeerd had het op die manier uit te
leggen.
Maar hoe is het nu met zijn telefoon?
Hij tilde de hoorn op en hoorde niets, zo dood als een pier.
“Nou dat hebt u mooi voor elkaar, de telefoon is nu
afgesloten.”
“Maar dat pik ik niet, ik ga ze meteen bellen want dat
neem ik niet.”
“Waarmee wilt u dan bellen?”
“Met mijn telefo……” Hij stopte het werd hem nu duidelijk.
“Nou ja dat zien we dán wel.” Hij gaf het gesprek meteen
een andere wending.
“Hoeveel geld zit er nog in het kistje?”
“Welk kistje, ik zie geen kistje?”
“Daar in die la.”
“Pa hier staat geen kistje en ik zie ook geen geld.”
“Vanmorgen lag het er nog.”
“Wie is hier dan nog meer geweest?”
“Alleen jij.”
De schoonzoon dacht, dit is helemaal mooi, nu geeft hij
mij nog de schuld ook.
“Pa er bestaat helemaal geen kistje.” Hij dacht, ik moet
niet zo serieus in die verhalen van hem opgaan, dit is wél
een bewijs van vergeetachtigheid.
“Ik ga nu even de post doornemen.” Naast de dwangbevelen
lagen er ook nog ongeopende enveloppen. Hij nam de
vrijheid om ze open te maken.
Er waren verschillende brieven van de officiële instanties
die nog ondertekend moesten worden.
“Waarom heeft u die brieven niet ondertekend en terug
gestuurd?
Dat zou voor mij nu een heleboel oplossen.”
“Ikke niet, ze willen allemaal geld van me hebben.”
“Dat gaan we toch even veranderen, pa, wat getekend
moet worden dat moet gebeuren. Hier nog zoiets moois
u heeft wel 8 Postcodeloterij nummers. Hoe komt u daar
nu bij?”
“Dat geeft niet… die kosten geen geld, want ik krijg
altijd een gratis meespeel formulier.”
Het had geen zin hem uit te leggen, dat je er daarna aan
vast zat.
“We gaan eerst die chaos reorganiseren. Ik heb een paar
papieren die u moet tekenen. Dan gaan die de deur uit.”
Hij deed overal een briefje bij, dat het oude mensen waren
die het niet meer begrepen. Maar dat hij alles zou regelen,
als ze hem de kans gaven.
|