home | stats | gelinkt door | beheer | maak je eigen weblog aan! | Mag ik je kaartje? punt.nl

 

Belangrijk
media | 28 Januari 2012 | 11:35:44
BELANGRIJK   GRATIS LEZEN
                                                    
 
Regelmatig hoor ik, "jij bent druk bezig."
"Ja ik vind schrijven leuk en het is nog
leuker als het wordt gelezen."
"Ja maar je hebt je eerste boek ook op je
website gezet, daar verdien je dan toch
niets mee? En al die korte verhalen?"
"Ik ben niet rijk, maar ben een zeer tevreden mens, dit is een
rijkdom die niet te betalen is.
Het leuke is als ik op mijn One Stat.com
kijk, in Full Map Key, zie ik dat 66000
verhalen in meer dan vijfendertig landen
worden gelezen. Door gemiddeld
27000 mensen."
 
HENK; LAAT U GENIETEN??? GEEFT ZIJN
MENING, LAAT U GLIMLACHEN, ZAL U
ONTROEREN, ZET U AAN HET DENKEN EN
LAAT DE MISSTANDEN ZIEN VAN DE
RECHTSPRAAK, DE VELE MISSERS VAN
DE OVERHEID, OF....maakt u misschien
wel kwaad.
 
MIJN SCHRIJFSELS
2 Boeken

Veel kinderverhalen

COLUMNS                                                               
Camping perikelen                  
Plus vele korte serieuze en
Humoristische verhalenen cq kritieken
Vakantie verhalen
WC tegels
Gods vreemde creaturen
 
 
DEZE MOOIE WEBLOG IS GEMAAKT DOOR
FINI SWEERMAN VOOR WEBLOGS KUNT U
CONTACT OPNEMEN MET
 
DANKWOORD AAN MIJN LEZERS.
 
BLIJF MIJ VOLGEN EN U BLIJFT OP DE
HOOGTE.
HEEL HARTELIJK DANK
VEEL LEESPLEZIER
 
Ps.
Ik heb maar één bescheiden vraag, laat anderen ook meegenieten.
AUB. Geef het door, dit geeft mij veel voldoening.
reacties 13 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 1594

Mag ik je kaartje?

HERKENBAAR?
Vakantie/Zomervakantie | humor | 28 Januari 2012 | 11:35:41

 

HERKENBAAR?
 
Nu de winter weer voorbij was, nam langzamerhand het vakantie gevoel weer toe.
Ik had alweer wat caravans zien rijden en kreeg zin om met vakantie te gaan.
Thuis aan de maaltijd leek het net of mijn vrouw het door had.
Zonder dat ik daarover had gesproken begon ze het gesprek over de vakantie.
Ze vroeg, ”zou jij nog een reisje willen doen met een reisvereniging, of zullen
we het dit keer maar eens overslaan?”
“Ja laat maar,” was mijn antwoord, omdat ik in de vraagstelling al een negatief antwoord signaleerde.
“We hebben al een paar hele mooie reizen gemaakt met de NCRV.” 
Ze hield behoorlijk de boot af.
 
De NCRV heeft niets te maken met de omroep, dit is een reisvereniging die caravanrally’s organiseert. Zij doen hetzelfde, wat ook de ANWB doet en de ACSI, het organiseren van kampeerreizen naar het buitenland.
Daarnaast zijn er zijn nog meer groeperingen die zoiets op touw zetten.
 
“We kunnen nu wel weer eens op eigen gelegenheid gaan,” antwoordde ik.
Ze reageerde meteen met, “wat gaan we dan doen?”
“Heb jij, misschien een idee waar je naar toe wilt?” Ik wist dat ze graag de lavendelvelden wilde zien in Frankrijk.
Het leek net, of ze gedachten kon lezen, ze kwam meteen met een voorstel.
“Het is dat we altijd buiten het hoogseizoen met vakantie gaan, anders konden we nu in zuid Frankrijk de mooie blauwe kleur van de lavendel eens gaan bekijken.”
“Nou je zegt het maar. Ik weet alleen dat je geen zin hebt in de drukte van het hoogseizoen. En in het voorjaar is er weinig van de lavendel te zien.”
“Ja dat is zeker, maar waar zou jij dan naar toe willen?”
“Ik dacht, we zouden nog eens een keer naar Tsjechië kunnen gaan.”
“Daar zijn we nu al vijf keer geweest,” je kon de verontwaardiging in haar stem horen. “We hebben dat land al zo vaak rondgereisd, en al die geijkte plekjes, zijn ons nu wel bekend!”
“Ja maar, het gaat mij niet zozeer om die plekken, maar meer om de restaurantjes.
Je kan daar misschien nog tegen een betaalbare prijs uit eten. Alhoewel, die Tsjechen beginnen de laatste tijd steeds meer westers te denken en dat vind je direct in de prijs terug.
Ik zou ook wel naar de Noordkaap willen, maar dat is weer een ander verhaal.”
 
Het viel even stil…dit idee, moest ze eerst even verwerken.
“De NCRV gaat niet verder dan Trontheim,” merkte ze opgelucht op. “Dan zou je met de ANWB moeten, maar die is wel een stuk duurder.”
“Nee… als ik naar de Noordkaap ga, doe ik dat wel op eigen gelegenheid, maar wel met een paar goede vrienden. Zo’n trip moet je niet alleen doen, dan word het een beetje saai en je kan alle soorten  risico’s tegenkomen.”
“Eerlijk gezegd trekt zo een trip mij niet,” zei ze nogal gespannen. “Er zijn daar hoge bergen en diepe afgronden.”
“Ja maar Betty”… was mijn verveelde reactie, “daar tussendoor hebben ze best wel een goede weg aangelegd en die zal echt niet over het topje van de berg gaan.  Die bergenfobie, daar heb je het al zó vaak over gehad, het is toch altijd weer meegevallen.”
Haar hoogtevrees beïnvloedde dit gevoel. Zelf heb ik daar ook last van, maar ik beleef het anders.
“Herinner je nog die reis naar Griekenland, waar je uit je angst ook alleen maar leeuwen en beren zag?
Het is allemaal goed gegaan, je zou die reis zo weer overdoen.”
Nu het gesprek die kant op ging, moest ik alles in de strijd gooien om haar te overtuigen. Dus nog maar een poging doen.
 
“We zijn daarna naar Spanje en Portugal geweest. Natuurlijk was het spannend in de Dolomieten. Alleen ik moet op de weg moet letten, terwijl jij de omgeving met angst ziet.”
Je zag haar denken, enerzijds wilde ze wel alles meemaken, maar aan de andere kant bleef het ook wel eng.  Haar hoofd zat nog vol twijfels.
“Maar achteraf,” ging ik verder om het gesprek gaande te houden, “zijn we de reis rond de Oostzee door 10 landen ook goed doorgekomen en wat hebben we daar toch veel mooie dingen gezien in die Baltische staten.”
Natuurlijk is de Noordkaap niet doorgegaan… mijn argumenten waren niet sterk genoeg.
Het zal nu wel Frankrijk worden, dat is ook een ideaal land waar je alle kanten op kunt.
 
Na een paar dagen, kwam het NCRV blad binnen met alle reizen.
We zouden toch geen reis meer met deze club regelen.
Terwijl ik het oppervlakkig doorlas, zag ik een reis naar Roemenië.
Dit leek me wel wat en riep terwijl zij in de keuken de koffie inschonk: “wat zou je vinden van Roemenië.”
Het was even stil, er werd diep over nagedacht, ze moest nog even wennen aan dat idee.
Nog niet volledig enthousiast en vol twijfels wilde ze daarover nadenken.
Daarna ging ze eerst wel kennissen en familie bellen, om te zeggen wat Henk nu weer in zijn  hoofd had.
Zo een ontmoetingsdag in Harderwijk waar je diverse vakanties kan boeken is heel gezellig.
Je ziet weer oude bekenden van andere reizen. Tevens is daar een mogelijkheid om uitleg te krijgen van de reizen, waarvoor je een keuze hebt gemaakt.
Welnu we gingen naar de dia presentatie van Roemenië waarbij we uitvoerig werden geïnformeerd over het reisplan. Over de bijzondere slechte wegen en campings die je geen camping kon noemen omdat het allemaal zo armetierig uitzag.
 
Als buitenstaander denk je,  wat bezielt iemand om zulke reizen te gaan doen zonder enig comfort.
Het is meer het avontuur wat trekt, de onverwachte bijna niet meer voor te stellen dingen, die je tegen komt.
Wij zijn een beetje blasé van al die geijkte vakanties, waar iedereen loopt te showen, hoe goed het wel met hem gaat. Waar alles vast staat, waar iedereen achter elkaar loopt naar het strand, discotheek en kroeg, zonder enig interesse te tonen voor zijn omgeving.
 
De reis was overboekt, dus we moesten nu eerst afwachten of we werden ingeloot.
Wat ons verder te wachten stond als de reis doorging wisten we, alleen Betty werd soms door andere weer een beetje omgepraat, over alle negatieve dingen die je daar zou ontmoeten.
Ik dacht…eerst maar even afwachten of we mee kunnen, mogelijk word er een tweede reis gepland.
Nadat we een paar dagen later de mededeling kregen, dat we ingeloot waren, maar toch nog wel de mogelijkheid hadden om het af te zeggen, omdat de data’s gewijzigd waren.
Daarna hebben we nog eerst overlegd wat of we zouden doen. Want als je toestemt kan je niet meer terug, er wordt dan wel op je gerekend.
Dit gaf voor Betty weer spanning.
Het was nu afwachten, of ze meldt dat het door zal gaan.
Daarna kan ze als het echt doorgaat, ook wel weer enthousiast zijn.
Toen we de eerste aanbetaling moesten doen, heb ik nog uitdrukkelijk gevraagd,  “moet ik het overmaken of nog even wachten?”
 
Eerst moesten we ons verzamelen in Oostenrijk, waar mensen vanuit het hele land naar toe kwamen.
Toen we daar aankwamen waren er al enkele uit de groep aanwezig.       
We gingen met een gezellige groep 15 caravans  richting Roemenië. Verdeeld in groepjes van twee of drie caravans.  Met ze alle tegelijk zouden we op de wegen alleen maar files veroorzaken.
Als je via Oostenrijk en Hongarije, Roemenië in rijd, besef je pas goed hoe rijk wij zijn in het westen.
Je waant je jezelf in een wereld, die 80 jaar geleden hier heeft bestaan. Een enorme armoede waar mensen leven zonder enige perspectief. 
Triest als je ziet hoe iemand zijn kost moet verdienen.
Op het platteland zie je mannen en vrouwen langs de snelweg lopen zonder enig vervoer zelfs geen fiets.
De boeren zelf rijden op hooiwagens met houten wielen en een os ervoor over verschrikkelijke slechte wegen.
Wanneer het hen wat beter gaat heeft de kar luchtbanden en soms een ezel als trekdier.
Op deze karren zitten hele families soms afgeladen met z’n tienen.
De wandelaars hebben een schoffel over hun schouder en bieden zo hun diensten aan.
Tractoren om het land te bewerken hebben ze niet.
Je zag ze dan rijen dik, naast elkaar, onmetelijk landerijen bewerken.
Regelmatig zag je een landbouwploeg voren trekken door het land, met één man ervoer die het apparaat vooruit moest trekken.
In uitzonderlijke gevallen liep er een os of een paard voor. Dat was dan een rijke boer.
 
Doordat de voorzieningen voor oudere ook slecht zijn, zie je overal langs de snelwegen in de berm, oude mannen en vrouwen naast elkaar zitten. Ze hebben een koe aan de lijn, net zoals wij een hond uitlaten.  Dit is hun  pensioen regeling, land om te weiden hebben ze niet vandaar de berm van de snelweg.
In de steden krioelde het van de bedelaars, vaak oorlogsinvaliden, of mensen die op markten of op de meest vreemde plekjes wat probeerde te verkopen. Onderweg zagen we een man, die tussen het frame van een oude gammele fiets een zak met goederen had. Dit was zijn handel die hij zo’n twintig kilometer verder moest verkopen.  Soms bekruip je wel eens een onbehaaglijk gevoel.
 
Als iemand je verteld dat de wegen heel slecht zijn en de campings niet om aan te zien, kan je daar als buitenstaander werkelijk geen voorstelling van maken. Er waren wegen bij die zo vol met gaten zaten, dat je echt niet harder kon rijden dan 15 a 20 km per uur.
In ieder dorp en stad zag je kleine vulkaniseerbedrijven, omdat nieuwe banden voor deze mensen niet te betalen zijn, je zag daar regelmatig slechte banden nagenoeg zonder loopvlak.
 
Als je een camping op kwam, sloeg je verbazing snel om in een lachbui, zoals daar de voorzieningen waren. De stroom voorziening was altijd pionieren, er waren geen of weinig stopcontacten en wat er dan was, zeer zeker levensgevaarlijk. 
Het drinkwater was niet zuiver,  er kwam af en toe wel een stroompje uit de bergen wat goed drinkbaar was, maar wel met zo’n dunne straal zodat je wel even bezig was met water tanken.
De douchen waren ook vaak geïmproviseerd, het water uit de berg werd opgevangen in oliedrums die twee meter boven de grond hingen, dat werd dan weer door de zon verwarmd. Als ze je mazzel had en de zon had goed geschenen dan had je lekker warm water. De eventuele aanwezige bacteriën, moest je maar met veel zeep weg wassen en proberen geen waterdamp in te ademen. Het was allemaal zeer primitief.
 
Het is echt een mooi land met prachtige bezienswaardigheden, zelfs de paleizen van de dictator zijn schitterend. Het is alleen verschrikkelijk als je beseft dat daar hele dorpen voor weggevaagd zijn en de mensen werden verjaagd.
Heel apart is het lachende kerkhof, dit moet je echt gezien hebben. 
Op dit kerkhof worden de doden uitgebeiteld op een houten  kruis en in mooie kleuren geschilderd. Aan de voorkant staat zijn beroep afgebeeld met zijn goede eigenschappen en aan de achterkant zijn slechte eigenschappen.  Zo zie je een man als een goede zanger bij een viool trio afgebeeld, maar aan de achterkant stond, dat hij nogal van de vrouwtjes hield.
 
Een rijke boer met zijn tractor staat voorop mooi gebeiteld en gekleurd,  aan de achter zijde zit hij als een gierigaard boven op zijn geld.
Zijn vrouw beschikte nu over het geld.
Maar toen later zijn droevige weduwe ook was overleden, stond ze voorop afgebeeld als een filmsterachtige schone.  En aan de achterzijde als een echte levensgenieter, al het geld had ze er doorheen gedraaid, voor haar familie was niets meer te erven.
Zo staat het daar vol met dit soort afbeeldingen.
De Roemenen die wij tegen kwamen waren hele vriendelijke mensen en zeer dankbaar voor alles wat je ze geeft. 
 
Ik heb daar ook echte arme zigeuners gezien, ze leven in hooiwagens afgedekt met koehuiden, wat in de winter niet om uit te houden is.        
De gipsy’s bedelen daar niet, maar verkopen tinnen attributen, zoals zelf gesoldeerde tinnen waterkannen en prachtig mooie bewerkte dakgoten. Tin is een belangrijke grondstof in dat land.
Het is daar anders als bij onze Roma’s, want die hebben hier kapitale bankrekeningen.
 
Deze vakantie was een bijzondere belevenis en ik zou het een ieder aanraden dit land te bezoeken, misschien komt daar dan wat meer welvaart. 
 
reactie 1 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 1124


MENSEN MENSEN
Maatschappij/50plus | wonen | 28 Januari 2012 | 11:35:38
DE SCHUTTING     3 Verhalen      
1e De schutting   2e De chauffeur    3e De bejaardenflat
 
Buurman hád een schutting zo kun je dit wel stellen.
De schutting is/ was van hem, omdat hij op een hoekhuis
woont.
Nu heeft hij die schutting niet meer, hij is omgewaaid,er
was een zware storm geweest.
Iedereen kon nu gewoon door zijn tuin lopen.
Dus de functie waar het voordien… diende, bestond niet
meer.
De schutting lag finaal plat.
Het was nu een hele klus om dat weer voor elkaar te
krijgen.
Het hout van de staanders was verrot.
Er waren nieuwe staanders nodig en nieuw schutting
materiaal.
 
Zijn vrouw zei als doemdenker, “dat hebben wij weer.
En hoe denk je dat op te lossen? Je wilt toch niet proberen
het zelf te doen? Je moet maar een klusjesman zoeken?”
“Ja, ja, jij hebt makkelijk praten, wat denk je wel wat dit
kost?
Trouwens er markeert niks aan mijn handen, hoor.”
“Nee niet aan je handen, maar wel aan je hersens.
Je denkt zeker dat je nog 18 blijft, maar je bent wel 81,
het houd één keer op.
 
Mensen die de chaos zagen en bij hem daarover een
opmerking maakte, werden gelijk verzekerd van zijn plannen.
“Ik ga een nieuwe schutting neerzetten.”
Nu moet je dat IK, niet zo letterlijk nemen gezien zijn leeftijd. 
Maar met zijn mond kon hij de mooiste luchtkastelen bouwen.
“Buur, zou je dat wel doen, het is zwaar werk hoor?”
“Ik heb in mijn leven, voor zwaardere klussen gestaan.”
“Ja maar, gezien je leeftijd.”
“Ach,”  bagatelliseerde hij, “als het moet spring ik nog over
die schutting heen.”
“Nou dat betwijfel ik, zelfs nu hij plat licht zal het je niet
lukken.”
Hij stoorde zich aan deze sneer en eindigde het gesprek.
“Laat mij me gang maar gaan?”
 
Nu kon hij het niet meer uitstellen.
Alleen, zo’n  klus klaar je écht niet in je eentje, er moest
toch hulp bijkomen.
Zijn vrouw die wist dat hij toch niet van zijn plan af te
brengen was.
En had familie ingeschakeld. Het waren mannen die nog
de leeftijd hadden dat ze hun handen wél konden gebruiken.
Ze had deze crew goed samengesteld.
Het  aandeel van haar man was nu… dat hij de opzichter 
zou uithangen en bepaalde wanneer wat en waar het werk
moest gebeuren.
 
Nu hij voor zichzelf had bepaald dat alles onder zijn leiding
bleef, was hij niet meer te houden.
Zelfs in de stromende regen kon hij niet stoppen.  Maar
zijn helpers zagen er geen brood meer in en dachten daar
écht anders over.
Als er wat gedaan moest worden, dan zei hij niet, zouden
jullie dit of dat willen doen?  Nee zijn ik speelde dan op.
 
IK ga nog even een gat maken, om die volgende paal in
te zetten.
Waarna zijn zoon en schoonzoon het uiteindelijk klaarde.
Het regende bijna aan een stuk door, maar als een echte
werkgever spoorde hij ze aan, om nog even dit of dat te
doen.
Zijn knechten, want daar leek het wel op, begrepen best
wel dat hij omdat zij ook niet altijd tijd hadden het werk
klaar wilde hebben.
Maar, Keulen en Aken zijn ook niet op één dag gebouwd.
Tussen de buien door, gingen ze zoveel mogelijk door.
 
Toen hij de andere dag van de buren een complimentje
kreeg, dat het er goed uit ging zien.
Zei hij trots, “Ja het is effen aanpakken en dan is het zo
gefikst.”
Ze keken hem met bewondering aan, omdat zo’n oude
man dat toch maar even deed. Gaten graven… palen in
de grond slaan, schutting plaatsen, schroeven en boren.
“En u doet dat allemaal zonder hulp?” Vroegen ze met
verbazing.
“Ach… ik heb een beetje hulp van familie, maar daar heb
je niet zoveel aan,” zei hij minzaam.
 
Het was voor hem moeilijk zijn ego in de waagschaal te
stellen, door te zeggen.
IK loop alleen maar in de weg. En… IK heb nog geen stuk
gereedschap aangeraakt.
Je hoorde hem alleen zeggen. “Ik heb dat soort klusjes wel
meer gedaan.” 
Alleen, toen was hij héél wat jaartjes jonger.
 
Toen het karwij achter de rug was, stond hij trots bij zijn
schutting om de complimenten in ontvangst te nemen. 
 
 
DE CHAUFFEUR
 
Hij had een druk bestaan.
Zijn autorijschool floreerde goed.
Het was niet altijd zijn  bedrijf geweest, hij had hem over
kunnen nemen.
 
Voordien was hij jarenlang vrachtwagen chauffeur geweest.
Hij was daar zelfstandig en had een eigen vrachtwagen met
2 opleggers.
En een contract voor 25 jaar, bij één van de grote expediteurs.
Maar het contract was nu beëindigd en een nieuwe zat er
niet in.
 
Ze waren blij hem kwijt te zijn, omdat ze nu met hun eigen
wagens en hele jonge chauffeurs zonder ervaring, meer
konden verdienen.
Het salaris wat ze betaalden, was zelfs minder dan het
minimum loon.
Ze moesten met extra uren hun inkomen opvijzelen.
Nu hij weer moest leuren voor werk, was voor hem de lol
eraf.
Voor een mooie prijs kon hij zijn combinatie over doen aan
een van die nieuwelingen. De laatste trekker die hij had
gekocht was inmiddels ook al weer 5 jaar oud en stond nu
op 600.000 kilometer.
Hij had het geld goed weggezet op rente. Nu kon hij op
zijn gemak gaan kijken wat of hij zou doen.
Voorlopig ging hij eerst solliciteren om niet zijn winst te
hoeven op te eten.
 
Hij vond vrij snel een baan.
Als particulier chauffeur.  Zijn baas was een diamantair,
met een etter van een vrouw.
Dat mens begon de dag met een ochtentziekte. Ze was dan
voor geen reden vatbaar.
En als hij ergens de pest aan had dan was het wel aan
ochtentziekte.
 
Hij dacht, welk recht heeft iemand zonder enige rede zijn
gevoelens af te reageren op een ander.
Daarnaast was ze ook manisch depressief en hij had
zelf  weleens gedacht dat deze twee karaktertrekken met
elkaar te maken hadden.
Ze kon zonder dat een ander haar begreep, iedereen van
repliek dienen. 
 
Dat hij het 2 jaar had uitgehouden, verbaasde hem nog
steeds.
Het gezin had geen kinderen, maar ter vervanging had
dat mens 5 pekineesjes.
Hij vond, ondanks dat hij van dieren hield, dit een paar
KOLERE honden.
Af en toe kon hij ze wel wurgen met hun eeuwige gekef.
 
Als mevrouw een stelletje theetantes op visite had, kreeg
hij opdracht de hondjes uit te laten.
Dan liep hij met 5 beestjes aan 5 lijntjes, langs een
groenstrook bij het park.
En voelde hij zich echt een grote zak.
In een schoudertasje die hij meekreeg, echt zo’n gek dames
ding, daar zaten plasticzakjes in voor de hondenpoep. 
Wat voelde hij zich  belachelijk zoals hij daar liep.
 
De hondjes hadden allemaal een jasje aan en als het érg
koud was, kregen ze ook nog een mutsje op. Daar zaten
dan weer gaten in waar hun oren
doorgestoken moesten worden. Madam lette goed op dat
dit gebeurde.
Je liep compleet voor joker.
Wanneer hij eenmaal aan het wandelen was, begonnen
de honden aan elkaar’s  petjes te trekken.
Hij liet ze hun gang maar gaan, in de hoop dat ze de boel uit
elkaar zouden trekken, zodat hij ze niet meer op mocht doen.
Het ergst vond hij, als een van zijn oud collega’s voorbij
reden met hun vrachtwagen en hem dan met een hoop
getoeter kenbaar maakten dat ze hem hadden gezien.
 
Op een dag liep het allemaal niet zo lekker.
Zijn baas mopperde doordat hij steeds een file inreed en
daarom te laat op kantoor kwam.
Toen hij de opmerking maakte, tegen zijn baas, dat hij dan
beter zelf kon  rijden, als hij dacht dat hij slimmer was.
Toen was helemaal de boot aan. De man begon hem uit
te kafferen.
 
Hij liep al weken met plannen rond, om er mee te stoppen. 
En nu hij een rijschool kon kopen, liet hij zich nu gaan.
Hij zette de auto aan de kant en zei, “weet je wat je van
mij kan… BARSTEN!”
Dit was het laatste wat de man had verwacht,
“WAT ZEG JE?”
“JA, JE HOORT HET GOED…BARSTEN!”
Hij zag de man van woede bibberen en roepen. 
“Breng mij nu maar naar de zaak.Vanavond hebben we
het er wel over.
Teruggekomen, was mevrouw ook  al ingelicht. Hij had
nog nooit goed contact gehad met haar.  Hij had zich
vaak verbaasd waarom hij het zolang liet welgevallen.
Maar nu was het helemaal foute boel.
 
Als een soort straf, omdat ze wist dat hij dat niet prettig
vond, moest hij de honden uitlaten.
Dit had ze vandaag met zijn stemming, nu net niet moeten
doen.
Daarom liep het helemaal verkeerd af.
Hij was toch met die krengen de straat op gegaan.
Het was net of de honden helemaal op de hoogte waren
van het conflict. Ze reageerden zo tegendraads.
Eerst liepen ze altijd gelijk met elkaar op, nu vlogen de
5 lijntjes alle kanten op.
Een hond moest hij steeds meetrekken omdat hij bleef
snuffelen. Zijn stemming was op het nulpunt gedaald.
 
Terwijl hij een drukke weg moest oversteken, lette hij
steeds op die mispunt die steeds achter bleef. Zijn totale
overzicht over de andere honden schoot er bij in. Er kwam
een scooter de hoek om scheuren.
De jongen negeerden zijn verkeerslicht en reed over een
van de hondjes heen.
Hij zag het beestje in de rondte slingeren. En dacht nog,
het is goed dat ze aan de lijn zit, anders zou dat beest van
schrik weg rennen.
Alleen, was het nog veel erger, het dier bleef liggen en gaf
geen levensteken meer. 
Nu was voor hem helemaal de boot aan, met het conflict
wat vooraf gebeurd was, zouden ze hem wel beschuldigen
van moedwil.
Hij had het slachtoffer in een doos gedaan en meegenomen.
 
Toen hij terug kwam zette hij de doos op tafel.
Nu was er écht paniek in de tent.
De vrouw liep te schreeuwen en te gillen. Ze had haar
man gebeld, die zou meteen met een taxi naar huis komen.
Hij was bang als hij zijn chauffeur zou bellen, dat hem
misschien hetzelfde zou overkomen net als zijn hond.
Na al dat verdriet wat er plaats vond, werd hem dit ongeluk
natuurlijk verweten.
Hij had het al gezien, zich verdedigen had totaal geen zin.
 
Een hele tijd liet hij die tirade over zich heen komen.
En zat het op stoïcijnse manier aan te horen. Eensklaps
vond hij het genoeg.
“Ik zou nu maar eens stoppen, anders sodemieter ik jullie
allebei door het raam naar buiten!”
Er viel een doodse stilte. Ze waren sprakeloos, zo waren
ze nog nooit door iemand aangesproken en helemaal niet
door het personeel.
Ze hadden daar geen weerwoord voor.
Met een zekere angst keken ze elkaar aan.
 
Hij pakte zijn spullen bij elkaar en zei nog, “goedendag.”
Een goede dag kon het voor hun niet meer worden, ze
waren blij dat hij weg ging. Bij de deur draaide hij zich
nog even om en riep.
“En speel geen spelletje met me hè!?  Want dat zal jullie
berouwen.”
Nou een spelletjes spelen??? 
Dat was wel het laatste waar ze aan dachten.
 
En hij kon op het aanbod ingaan van die rijschool.
 
 
DE BEJAARDENFLAT
 
Uiterst precies was hij. Geen stipje op het tapijt.
Alles precies geordend.
Blindelings wist hij waar alles lag.
Jaren later nadat zijn vrouw was overleden, leerde hij een
vrouw kennen waarmee hij nu goed bevriend werd. Ze was
een weduwe met een zoon die gezien zijn leeftijd al jaren
op zichzelf woont.
De zoon had altijd de honneurs voor haar waargenomen,
wat betreft haar bankzaken, inschrijvingen, opzeggingen etc.
Toen hij merkte dat zijn moeder een vriend had, die precies
wist wat hij wilde en alles zelf kon regelen, nam hij afstand
van haar.
Deze man was slim, bijdehand en in staat voor haar iets te
betekenen.
De man regelde de vakanties, iets waar zijzelf weinig aan
toe was gekomen.
 
Dit was niet zo vreemd ze had slechte benen en liep met
een stok. Ondanks hun leeftijd, reden ze nog met een
klein caravannetje helemaal naar Spanje.
Een paar jaar later werd door zijn familie gezegd dat nu
het moment was gekomen om daarmee te stoppen.
Zij stonden daarvoor open en zagen beiden de redelijkheid
in van die beslissing.
Het werd nu andere soorten vakanties.  Met de bus naar
Spanje of Italië, compleet verzorgd in een hotel.
En dat een paar maal per jaar.
Ze begon na een paar ritten te klagen, dat die busreizen
te lang werden voor haar benen. Daar had hij een oplossing
voor.
Het werden nu vliegreizen, met hetzelfde resultaat. 
Goede hotels en als het mogelijk was 4 maal per jaar met
vakantie. Ook die manier van  reizen werd voor haar
steeds moeilijker.
Als ze opperde dat het nu wel genoeg was, ging hij zo
eigenwijs als hij was, daar niet mee akkoord.
Het werden steeds meer ingewikkelder reizen met rolstoelen
en wat er allemaal bij geregeld moest worden.  
“Ik blijf onder geen beding thuis zitten,” zei hij eigenwijs.
Tot huilens toe beklaagde ze haar nood, bij zijn dochter.
Deze adviseerde haar vader er mee te stoppen, maar dat
ging oor in oor uit.
 
Soms kregen ze een telefoontje, dat pa met vriendin ergens
op een luchthaven stond in Amsterdam of Rotterdam.  Ze
waren dan net terug van vakantie, en hadden de  hoop thuis
 gebracht te worden door hun schoonzoon.
Dit heeft zo jaren geduurd.
 
Inmiddels ging de gezondheidstoestand ook van hem achteruit.
Maar hij zag dat niet in. Hij begon vergeetachtig te worden
nog eigenwijzer en erg wantrouwend.
Er kwamen dwangbevelen binnen.  Als er niet betaald
werd zouden ze afgesloten worden, van de meeste
belangrijke producten, zoals gas, licht, telefoon etc.
De schoonzoon werd er bij geroepen.
“Er klopt iets niet,” zei pa.
Maar voor dat hij zijn schoonzoon had gebeld, had hij
zelf diverse stappen ondernomen met instanties die niets
 met zijn probleem te maken hadden.
En om dit nu over te geven aan zijn schoonzoon, dat was
voor hemzelf al een gevecht vooraf.
 
“Pa… je hebt al maanden niets meer betaald.”
Dat betalen was in zoverre geen probleem, omdat er geld
genoeg was.
“Dat liegen ze, het zijn allemaal dieven die banken.” Was
dan zijn reactie.
Zijn schoonzoon kon in die opmerking  over die banken
wel waarderen, in maar al die aanmaningen klopte nu 
toevallig wel.
“Ja dat kan u dan wel zeggen, maar als ik in uw papieren
kijk zie ik nergens een afschrijving.”
“Ja dat zal die meneer wel gestolen hebben.”
“Welke mijnheer?” En dacht, hij begint te dementeren.
“Er was hier een vent en die wilde meteen een heleboel
geld van me hebben.
Dat heb ik mooi niet gegeven, dat soort smeerlappen
proberen bij oude mensen geld af te troggelen.”
“Ja maar pa, wat was dat dan voor een man?”
“Hij zei dat hij de eigenaar van mijn telefoon was.
Ik heb hem meteen de deur uitgestuurd, want die telefoon
hier... is van mij en van niemand anders.”
 
Het begon zijn schoonzoon te dagen. Die man was een
deurwaarder die geprobeerd had het op die manier uit te
leggen.
Maar hoe is het nu met zijn telefoon?
Hij tilde de hoorn op en hoorde niets, zo dood als een pier.
“Nou dat hebt u mooi voor elkaar, de telefoon is nu
afgesloten.”
“Maar dat pik ik niet, ik ga ze meteen bellen want dat
neem ik niet.”
“Waarmee wilt u dan bellen?”
“Met mijn telefo……” Hij stopte het werd hem nu duidelijk.
“Nou ja dat zien we dán wel.” Hij gaf het gesprek meteen
een andere wending. 
“Hoeveel geld zit er nog in het kistje?”
“Welk kistje, ik zie geen kistje?”
“Daar in die la.”
“Pa hier staat geen kistje en ik zie ook geen geld.”
“Vanmorgen lag het er nog.”
“Wie is hier dan nog meer geweest?”
“Alleen jij.”
De schoonzoon dacht, dit is helemaal mooi, nu geeft hij
mij nog de schuld ook.
“Pa er bestaat helemaal geen kistje.” Hij dacht, ik moet
niet zo serieus in die verhalen van hem opgaan, dit is wél
een bewijs van vergeetachtigheid.
 
“Ik ga nu even de post doornemen.” Naast de dwangbevelen
lagen er ook nog ongeopende enveloppen. Hij nam de
vrijheid om ze open te maken.
Er waren verschillende brieven van de officiële instanties
die nog ondertekend moesten worden.
“Waarom heeft u die brieven niet ondertekend en terug
gestuurd?
Dat zou voor mij nu een heleboel oplossen.”
“Ikke niet, ze willen allemaal geld van me hebben.”
“Dat gaan we toch even veranderen, pa, wat getekend
moet worden dat moet gebeuren. Hier nog zoiets moois
u heeft wel 8 Postcodeloterij nummers. Hoe komt u daar
nu bij?”
“Dat geeft niet… die kosten geen geld, want ik krijg
altijd een gratis meespeel formulier.”
Het had geen zin hem uit te leggen, dat je er daarna aan
vast zat.
“We gaan eerst die chaos reorganiseren. Ik heb een paar
papieren die u moet tekenen. Dan gaan die de deur uit.”
Hij deed overal een briefje bij, dat het oude mensen waren
die het niet meer begrepen.  Maar dat hij alles zou regelen,
als ze hem de kans gaven.
 
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 568


DE BOOT
Maatschappij | media | 28 Januari 2012 | 11:35:28
 
DE BOOT
 
Het was zijn trots, de boot van de buurman.
 
Als dit onderwerp ter sprake kwam vloog de avond om. Hij was niet op een ander onderwerp te brengen. Lang voordat hij het schip had gekocht, was hij her en der gaan zoeken naar een passend scheepje. Het moest natuurlijk wel binnen het budget blijven.
Vele jachthavens werden met zijn bezoek vereerd. Er is op dit gebied genoeg te koop, alleen de prijzen verschillen nogal. Ook was er vaak veel achterstallig onderhoud. Dit viel samen met de kostprijs en wat was het voor een boot, hout, ijzer of polyester.
 
Nu hebben al die materialen hun eigen gradaties wat betreft het onderhoud. Polyester, daar had je de minste tijd en kosten aan te besteden, maar deze waren overwegend duur in aanschaf.  Hout en ijzer, daarvoor kwam je vaak tijd tekort. Er moet dan veel werk worden verzet, om daar iets moois van te maken en mooi te houden.
 
Er bestaat daar een gezegde over:  koop een houten of een stalen boot en werk je dood.
Desondanks kom je op al die scheepswerven en jachthavens, nog steeds van die zwoegers tegen, die dag in dag uit aan het werk zijn.
Nu buurman was er ook zo één. Schuren, slijpen, plamuren, schilderen en poetsen, het ging maar door. Maar dankzij dit vele werk, werd zijn  boot een plaatje.
Zijn keuze was gevallen op een stalen boot waarvan het ijzer niet zo erg verroest was. Hij voldeed precies aan de lengte, breedte en hoogte en heel belangrijk: de prijs.
De hoogte van het schip was goed voor al die vaste bruggen in Amsterdam.
Alleen die hoogte zou hem nog eens parten spelen.
 
Voor Pasen moest de boot opgeknapt in het water liggen. Als het weer een beetje meezat, zou hij een poging doen om te kijken hoe of hij voer. Er was niet veel wind en het was droog. Nu moest het maar gebeuren. Hij ging niet ver, want het manoeuvreren met de boot had hij nog niet onder de knie. Na een beetje onkunde, kon hij de jachthaven weer in varen, zonder schade te berokkenen.
 
Later was het de taak van zijn vrouw, de boot van binnen schoon te maken en in te richten naar haar eigen idee. Alleen de ruimte in zo’n kajuit is wel beperkt, zij moest heel handig alle bruikbare openingen in de boot benutten. Wat nog wel eens problemen gaf.
De echte afvaart zou snel komen, zodat ze voor het eerst konden genieten. Er was mooi weer voorspeld met de feestdagen en omdat het gezin vrij was, moest het nu maar eens gebeuren. De bemanning bestond uit zijn vrouw, zijn dochter met vriend, en zijn zoontje. En hij uiteraard als de kapitein.
 
Zijn aanstaande schoonzoon had niet zoveel op met deze ouwelullen boot, zo noemde hij dat. Hijzelf was meer in de wieg gelegd voor een veel sneller vaartuig. Speedboten en jetski’s had méér zijn passie, alleen daar doe je in de grachten niets mee, afgezien van het vaarbewijs wat hij nog niet had. Nu moest hij voor zijn meisje maar wat over hebben en ging mee varen.
De boot was 2.30 mtr. hoog, wat een voordeel was, want daardoor kon je in Amsterdam bijna onder alle bruggen door varen.
 
Toen de bemanning aan boord stapte, zag mijn buurman (de kapitein dus) dat zijn mensen geen zeebenen hadden. Maar ja, de tijd zou ze dat wel leren als ze maar veel heen en weer liepen, zonder zich overal aan vast te klampen.
En zijn schoonzoon kreeg de taak om als een ervaren zeeman de trossen los te gooien. Dit ging meteen al gepaard met een hoop gestuntel, bij iedere beweging van het schip lag hij bijna overboord.
 
Zijn vrouw wist uit ervaring, als er dingen voor de eerste keer gebeurde, er altijd een beetje paniek was. Ook voor haar echtgenoot, die dan schreeuwerig, de boel in goede banen wilde leiden. Zoiets werkt natuurlijk averechts, ze riep dat hij wat kalmer en met beleid de opdrachten door moest geven.
 
Afijn het was zover, de motor draaide en de trossen waren los. De afvaart ging wel moeilijk, maar de boot voer. Op de grachten was het meteen al uitkijken voor al die rondvaartboten. Deze zijn natuurlijk heer en meester op de grachten, zij doen dit dagelijks, daarom is het goed ze de ruimte te geven.
 
Voor de toeristen, was zijn boot een leuk object om te filmen. De bemanning, zonder schoonzoon, zat op het dek ze vonden het wel leuk al die camera’s. Ze zouden in heel de wereld worden gezien. Van Amerika tot Japan en nog verder, kwamen ze in de plakboeken terecht. De buurman probeerde ook achter het roer, zo goed mogelijk voor de dag te komen en had zelfs een kapiteinspet opgezet.
 
Het was best gezellig en Amsterdam ziet er heel anders uit vanaf het water, je merkte niets van al dat nerveuze drukke verkeer op de weg.
De stemming werd steeds meer ontspannender en met een drankje erbij kon deze dag niet meer stuk. Alleen voor hun schoonzoon was het nog geen succes, hij zat niet op het dek maar beneden in de kajuit en schaamde zich nog steeds op dit  bejaardenschip.
Er waren nog wel een paar dingen waar je op moest letten, o.a. de voorrangsregels en de brandstof.  Je kon vanuit het water op de grachten, moeilijk ergens tanken.
Daarnaast natuurlijk de vele bruggen, die nog wel eens van hoogte verschillen. Soms klonk van zijn vrouw een angstige stem, “kunnen we wel onder die brug door?”
Je moest als kapitein ook nog een timmermansoog hebben. Met een kalme stem zei hij, “maak je daar maar niet druk over, dat heb ik allang gezien.”
 
Ze waren nu een zijkanaal ingevaren, met vier bruggen.  Deze bruggen waren door de ouderdom bijna allemaal vernieuwd, alleen aan de laatste brug werd nog gewerkt.
De overspanning was al gereed, nu werd het hekwerk geplaatst.
Moeiteloos voeren ze onder de eerste brug door. Vanuit de verte leek het altijd of de volgende brug lager was, maar dat was vaak gezichtsbedrog.
Zijn dochter die voorop op het dek zat riep nog angstig, “een brug!!!”
De buurman vond die opmerking niet slim en riep, “ja logisch je vaart wél door Amsterdam, hè, en daar heb je er nog wel een paar.  Let nu maar goed op je hoofd, dan kan jou niks gebeuren.”
 
Zijn zoontje zat beneden in de kajuit, wat goed was zodat hij niet op een gevaarlijke plek stond.
Toen de buurman onder de derde brug vandaan kwam, twijfelde hij even of die andere brug toch lager was. Maar dat kon natuurlijk niet, de gemeentelijke bruggenbouwers van Amsterdam wisten best wel wat ze deden en gaan écht niet op eigen houtje een brug verlagen.
Zijn dochter lag heel plat op het voordek. Instinctmatig had ze vingers in haar oren gestopt.
Het vertrouwen in haar vader was niet zo groot en ze zag de schaduw van de brug over haar heenkomen, waarna ze haar ogen ook maar dicht deed.
De punt en de kajuit gingen er prima onderdoor, maar toen moest de stuurhut nog.
Op het laatste moment zag hij dat dit niet goed zou gaan, tijd om de vaart eruit te halen lukte niet meer.
 
Er klonk een enorme klap en met een donderend geraas, kwam de hele stuurhut naar beneden.
Links en rechts zag je verwrongen ijzer, de boot lag ook vol met glasscherven.
Er viel daarna een dodelijke stilte, de hele crew was sprakeloos en zat beteuterd voor zich uit te kijken. “Welja,”  hoorde hij zijn vrouw roepen, “het zal niet zo zijn, mijnheer weet het altijd beter!”
 
Maar dit was vaders eer te na en op een verdedigende manier riep hij, “je moet mij niet aankijken? Het is de stomme schuld van die bruggenbouwers hier. Mijn boot is helemaal niet te hoog, maar die brug is te laag. Die sukkels zullen wel een fout gemaakt hebben.”
Boven op de brug stonden de arbeiders te kijken en één van de mannen maakte zich kwaad over deze opmerking.
 
“Wat wou jij zeggen… sukkel… wie is hier de sukkel, de kapitein van dit schip, die moet zorgen dat hij de vereiste vaarkaart heeft waar alle brughoogtes op staan.
Het is namelijk zo,  een brug gaat niet even opzij, omdat daar een kapitein van lik mijn vestje voorbij komt.”
 
Door de opzichter werd gekeken hoeveel schade hij had veroorzaakt. “Je hebt mazzel dat de kwaliteit van de bruggen die wij bouwen, beter zijn dan die pieremegoggel van jou.
De buurman was opeens kapitein af en als een gewoon mens, wilde hij zo snel mogelijk weg varen. Hij had geluk dat hij nu zo onder de brug door kon varen, die was nu wél hoog genoeg.
Inmiddels stonden er op de kade verscheidene mensen, die allemaal commentaar gaven. Daar bovenuit hoorde hij dat er nog een riep, “je kan beter een kano kopen.”  Andere gierden het uit van het lachen.
 
Dit was wel een totale afgang.
 
Op weg naar huis, heerste er een grote stilte.
Zijn schoonzoon zat nu helemaal in het vooronder, een plek waar hij naar toe was gevlucht zodat niemand hem kon zien, na dit incident. Dit was voor hem de eerste en de laatste keer dat hij mee was geweest, ook al zou het ten koste gaan van zijn verkering.
Weken later toen de boel weer was rechtgezet en opgeknapt, hebben ze nog heel wat leuke trippen gemaakt, zijn kapiteinspet heeft hij maar thuis gelaten. Er lag nu wel een dik pakket waterkaarten voor hem.
 
De dochter ging niet meer mee en hun verkering is aangebleven.
reacties 2 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 2144


VAKANTIE
Fotografie | media | 28 Januari 2012 | 11:35:17
CAMPING
 
Als je op een camping aankomt is de sfeer vaak overal hetzelfde.
Net zo nieuwsgierig als je zelf bent om te ontdekken wat voor camping het is, zie je ook de mensen naar je kijken wie is het en met wie ben je.
Het is net een klein dorpje.
Als het mooi weer is zitten de mensen wat te luieren in de zon en wordt iedereen die aankomt rijden, meteen in een bepaalde klasse geplaatst.
Heb je duur materiaal, dan gaat het je goed..
Eerst wordt de financiële situatie ingeschat en daarna, waar of ze vandaan komen.
Ik had reeds een plek toegewezen gekregen, maar, als het niet beviel mocht ik wat anders zoeken.
Die plek leekt me wel geschikt..
Niet te ver van de toiletten en andere voorzieningen, zoals water halen.
Eerst kijken of ik makkelijk mijn digitale schotel kan opzetten, want het is toch wel prettig als je het journaal kan volgen. Hindernissen zoals bomen spelen daarbij een grote rol.
Wat heel erg belangrijk is, is natuurlijk het weer.
Terwijl ik mijn caravan op zijn plek zet en kijk of hij goed waterpas staat. Wordt ik scherp in de gaten gehouden of dit allemaal wel goed gaat.
Als er problemen zijn is er altijd wel iemand die me wil helpen.
Dat is dan weer voor hen een beetje afleiding.
Alleen ik vindt het prettig om geen hulp nodig te hebben.
Met mijn mover lukt het wel.
Daarna gas open, luifel eraan en de stoelen naar buiten, en mijn kamp is klaar etc.
 
Vlak bij mijn caravan zitten een 2 echtparen te borrelen. Het leek voor mij Mokumers, dat kon je aan hun uitspraak horen.
Het waren mensen die duidelijk aanwezig zijn.
Het gesprek wat ze voeren is opvallend luidruchtig.
Sommige mensen willen kennelijk dat anderen meeluisteren in hun gesprek, daardoor kan je letterlijk horen wat ze te vertellen hebben.
Je hoort dan dit soort gesprekken.
Het gaat over een paar nieuwe gasten.
“Nou dit is óók een beste wagen die ze voor die caravan hebben. Aan zijn kenteken te zien is hij nog vrij nieuw. De caravan hebben ze zeker al een paar jaar. Ik schat hem twintig jaar oud.”
Het gaat over een bejaard echtpaar.
Inderdaad in de splinternieuwe Mercedes zit een bejaard stel.
De man zoekt ook net als ik, een geschikte plekje, vooral omdat zijn vrouw invalide is.
Hij helpt haar later uit de auto.
Ze zit in een rolstoel, welke zo de caravan in en uit kan rijden omdat er een speciale brede deur en een oprit is gemaakt.
“Toch wel knap dat ze nog steeds van hun caravan gebruikmaken.”
Direct wilden Piet en zijn maat hun hulp aanbieden. Maar de man zei dat het niet nodig was. Hij had ook een mover, waarmee hij de caravan op zijn plaats kon zetten.
 
De aandacht van het groepje ging nu weer de ander kant uit.
“Nou wat denk je van die grote camper met die smart op dat aanhangwagentje?  Wat een gigantisch ding.
Dat spulletje vertoond een waarde, bij elkaar, zeker van twee en half a drie ton.”
Dit ontlokt meteen weer diverse discussies.
“Iemand die dit bedrag uitgeeft voor zoiets groots, heeft meer centen te verteren, dan wat er op mijn giro staat. Nou als ik zo rijk was… dan liet ik me liever verwennen in een duur hotel in het buitenland zoals het Hilton of het Waldorf Astoria.”
Dit krijgt meteen weer tegenspraak.
“Waarom…als je… je hele leven beroepshalve heb moeten verkeren in hotels, dan is de lol er gauw vanaf.”
Er wordt nog wat na gemompeld.
“Kijk daar eens binnen komen, wat een aftandse caravan.
Dat ding is zeker veertig jaar oud. En dat auto-tje ervoor is denkelijk nog ouder.”
“Nou je kan het dan wel een aftandse caravan noemen, maar dat is het zeker niet. Ja oud wel, maar goed verzorgd, dit is een man die als hobbyist daarmee rond rijdt.”
De heren hebben het er maar druk mee.
En zo verstrijkt voor hun de dag en met een paar pilsjes erbij lukt het wel.
 
Mijn aankomst zal wel later besproken worden.
 
 
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 122


I Q
Wetenschap/Filosofie | studie | 28 Januari 2012 | 11:35:13
I Q
 
Dit is wel een hele korte zin boven een verhaal.
Je IQ wordt nu eenmaal wetenschappelijk bepaald door een stel geleerden die menen dat dit het is. De manier zoals zij het doen overkomen is… dat wat wij moeten geloven dat als  je een hoog IQ hebt, weet, hoe je de dingen in je leven moet aanpakken.
Maar is dat wel zo?
 
Ik kom genoeg mensen tegen, die behept zijn met dit fenomeen en er alsnog een rotzooi van maken.
Nu kan je natuurlijk zeggen deze man is natuurlijk jaloers, NEE deze man geeft ruiterlijk toe dat hij  zelfs geen kans ziet om  de test goed te doen om te zien hoe hoog z’n IQ is. Nee verre van dat, maar hij zit er niet mee omdat hij andere waardes veel meer respecteert.
 
Ik heb een prachtig boek op de kop getikt en zal daar de citaten ervan vermelden.  Maar dit boek heeft mij wel aan het denken gezet. Voor de goede orde dit boek heet, ‘Ouder worden jong blijven’. Een fenomenaal boek en zal het een ieder aanraden.
Uitgegeven door SANOMA in Hoofddorp.
 
Een hoog IQ geeft de indruk dat als je dit hebt dat jou niets meer kan gebeuren. Iemand met een hoog IO bezit een hoge intelligentie, maar wat moet je daar mee.
CITAAT,  Helen Gurley Brown zegt hier over; Mijn succes was niet zozeer gebaseerd op mijn enorme intelligentie, maar op mijn goed ontwikkelde gezonde verstand.
Dit zegt mij genoeg.
 
We kennen twee soorten mensen: optimisten en pessimisten zo simpel is het.
Optimisten zijn vaak creatief en vinden overal wel een oplossing voor, of nemen genoegen met die oplossing die ze hebben gevonden. Die ander groep probeert ook een oplossing te vinden maar blijft er ontevreden over, of ze leggen zich, met een onbehagen, erbij neer.
Nog zo,n mooi citaat:  IN ONZE JEUGD LEREN WE… OP ONZE OUDE DAG BEGRIJPEN WE.  Marie van Ebner-Eschenbach (1830-1916)
 
Dit is toch mooi, ze kunnen je van alles leren, maar wat moet je ermee als er problemen op je af komen  WAAR JE GEEN IDEE VAN HEBT.  Dan komt het begrip een rol spelen en begrip is de wijsheid die je in je leven vergaard. Dit bepaald uiteindelijk hoe je de problemen wel of niet oplost.
 
Nog een citaat. U MAG HET BEST AAN HET VERKEERDE EIND HEBBEN, MAAR DENK IN GODSNAAM VOOR  UZELF.  Doris Lessing.
Intelligentie kan je helpen om wijs te worden. Maar om wijs te zijn heb je niet altijd een hoge intelligentie  nodig.  Als je als inboorling in de rimboe leeft, is wijsheid het belangrijkste om te overleven.
Hun wijsheid is sneller en belangrijker dan hun IQ, daar is niet over te redetwisten als er bijvoorbeeld een gevaarlijk roofdier tegenover je staat.
 
CITAAT,  In het hart van je probleem licht de oplossing, overleven is in eerste instantie je gevoel voor het gevaar wat je overkomt. Er is daarvoor geen tijd  om dat wetenschappelijk te beredeneren.
 
Wanneer er nu nog iemand is die mij als een jaloerse figuur ziet, zou ik zeggen, lees eerst al mijn verhalen en mijn boek, dan leer je me echt kennen.
Ik trek alleen de conclusies over dingen die ik in mijn leven heb ervaren.  En heb grote moeite om kennis van anderen klakkeloos aan te nemen. Maar ga het eerst onderzoeken, om dan via andere informatie de waarheid te achterhalen.
Als ze in de wetenschap zeggen dat we maar een heel klein blokje van onze hersens gebruiken, wil ik dat volledig geloven.
Alleen ik heb het gevoel, dat dit blokje zich in de loop der jaren verschuift en je dan een ander deel gebruikt door al je ervaringen.
 
Daarom is mijn stelling, ongeacht intelligentie of wijsheid, dat je leven wordt bepaald door drie dingen: TIJD, PLAATS en OMSTANDIGHEDEN.
Hoe wordt je toekomst bepaald, zelfs als je een hoog IQ hebt en je leven speelt zich af op een vuilnisbelt, in de oerwouden van Afrika of in een ander achtergebleven land???
Daar doe je weinig met IQ.
Je wijsheid is dan veel belangrijker.
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 686


ROMANCE
Klaag | humor | 28 Januari 2012 | 11:34:56
 
Japie: Is een slimme dikke walrat die zeer solitair leeft, maar hij is wel bang voor mensen, omdat die altijd zo vreemd tegen hem doen.

Mien: Een snaterende eend die graag het middelpunt wil zijn. Ze heeft op alles en iedereen wat aan te merken, ze heeft roddels genoeg. Zelf leeft ze in een commune met twee woerden en maakt ook nog avances naar andere woerden. Door dit hoerachtige gedrag waren er regelmatig conflicten met de andere dames.
 
Otto: Is eigenlijk haar enige echte vriend, Mien vindt hem zeer aantrekkelijk, maar wel erg dominant.
 
Josef: Heeft zichzelf uitgeroepen als huisvriend van Mien en Otto, temeer omdat hij na een gevecht (waarbij het hij opnam voor Mien) vleugellam was geworden. Hij vond dit wel een goede oplossing omdat hij nu, met zijn lamme vlerk, toch geen kans meer had een vrouw te veroveren. Alleen Otto en Mien denken daar anders over; zij vinden Jozef erg opdringerig.
 
Albert: Een decadente, zeer verwaande woerd, heeft ook een oogje op Mien. Hij maakt dit kenbaar door zeer ingetogen, maar heel bekakt, dit te melden. Mien moet hem wel héél dankbaar zijn, kwaakt hij, dat hij zoveel aandacht voor haar heeft. Hij is de enige in de groep die heeft doorgestudeerd en wordt door iedereen bewonderd. Alleen als het op vechten aankomt vertoont hij een zeer laf karakter.
 
DIERENLEED
 “Ik heb hier een lekker plekje gevonden,” zei Japie de walrat tegen een rat, die ook op zoek was naar nieuwe behuizing. “Nu moet je even goed luisteren,” begon Japie meteen, “ik heb echt geen bezwaar dat je naar een geschikt plekje zoekt, maar dan wel een heel eind verderop. Mijn behoefte aan contact met andere ratten gaat niet verder dan de vrouwtjes. Dus als je geen ruzie met me wilt, zoek je een plek die zover bij mij vandaan is, dat ik je niet kan ruiken of zien.”
 
Japie dacht, dit moet toch wel duidelijk genoeg zijn. Daarbij keek hij nog eens trots in het rond, zijn hol was lekker beschut en goed bekleed met droge bladeren. Zijn woonruimte was een gat in een schuine walmuur, waar tussen de basaltkeien grote gaten zaten die ruim genoeg waren om je daar te nestelen. Tevens was het een goede strategische plek. Een plek die de mensen gebruikten als voederplaats voor de vele vogels. Op die manier kon hij ook zijn kostje bij elkaar scharrelen. Dit moest dan wel heel stiekem gebeuren, want al die dierenliefhebbers hielden met hém toch geen rekening. Met dit volk had hij niet zoveel op, het gaf hem geen vertrouwd gevoel. Vanuit zijn hol, had hij heel goed zicht over het water en zag af en toe wel eens iets eetbaars voorbij gaan.
In het algemeen sliep hij overdag en kwam hij pas tegen schemer te voorschijn. Alleen wanneer het voorjaarszonnetje scheen, kon hij ook op zijn plekje lekker genieten. Wat hem echt het meest stoorde waren de eenden, die juist door die zon in actie kwamen. Luid schetterend, omdat ze eeuwig in conflict waren met elkaar bij het paren en omdat ze jaloers waren dat anderen eenden ook van de partij wilden zijn. Het ergste vond hij, dat er ieder jaar steeds meer van die krengen bij kwamen en vond het als zijn taak om daar wat aan te doen.
Kijk, als dat tuig nu met hooguit een of twee koters kwamen, dan was daar wel overheen te komen, nee koppels van tien of meer, waren bij hen heel normaal. Anders gezegd: het zijn ook wel lekkere hapjes die voorbij zwemmen. Bij het eten van kuikens doe ik ook nog goed werk, dacht hij, op die manier blijft hun gezinsgrootte aanvaardbaar. In het voorjaar hoorde hij met veel gekwaak en gepiep de kuikens aankomen. Hij zou dan zijn best doen er één of meer uit het water te vissen.
Bij voorbaat genoot hij al van al die lekkere hapjes.
 
Echter het andere probleem was dat de eenden zich, naarmate het gezin steeds kleiner werd, steeds brutaler gingen gedragen om hun kuikens te verdedigen. Het totale overzicht over die kleine schare was nu veel makkelijker te controleren. Er waren eenden die zelfs aanvallen in zijn richting deden.
Japie moest daar niets van hebben, het ergste vond hij wel die gemene scheldpartijen en die schampere opmerkingen over zijn manier van leven. Er was werkelijk geen redelijk gesprek met ze te voeren. En dan nog die kapsones, alsof hun manier van leven beter is.
 
Mien was echt de ergste van dat zooitje ongeregeld, zij kon het niet nalaten met al die kerels te flirten. De één voor de ander liet ze boven op zich kruipen; asociaal was zoiets. Ze deed het echt niet in het geheim, je kon het duidelijk horen. Die kerels vonden onderling dat ze met gekwetter en schijnaanvallen moesten laten zien wie de sterkste was. Wat een herrie maakten die krengen. Plebs vond hij het: “ik mag dan wel kritiek hebben, maar van mij horen ze niets. Het enige wat we gemeen hebben, is dat we allebei van kuikens houden, alleen ik hou van ze op mijn manier.”
“Hoor al die dames roepen dan wel dat ze hun kuikens uit liefde kunnen opvreten. Alleen dat is grootspraak daar hebben ze de moed niet voor. Maar als ik de daad bij het woord voeg, worden ze kwaad. Dit wordt door hen niet getolereerd, ze laten mij niet in mijn eigenwaarde.
Ook ik hou van kuikens, ook al ben ik geen pedofiel.”
Mien en die andere dames was dit niet duidelijk te maken. Ze konden het maar niet met elkaar eens worden.
 
Mien die op het moment van de paartijd nog steeds zonder broedsel zat, stond open voor ieder mannelijk contact, behalve met Japie. Dat zat ze op een luidruchtige manier te verkondigen. Gesterkt en begeleid door haar mannelijke achtervolgers mengde ze zich tussen de andere paren. Daarbij probeerde ze steeds die andere kerels te imponeren, waaruit natuurlijk diverse aanvallen volgden.
Tijdens dergelijke ruzies, trok Jozef zich met zijn lamme vlerk snel terug en stond Otto er alleen voor om de belagers van zich af te schudden. Jozef keek niet op of om, hij zwom quasi onverschillig in het rond, alsof hij niets waarnam. Heel in de verte had Albert het lef, om luid schreeuwend, zijn verontwaardiging te uiten. Op die manier hoopte hij extra aandacht van Mien te krijgen.
Zijn bekakte gekwaak was boven de ruzie uit te horen. “Lafaard”, riep hij, terwijl hij fier in het rond keek. “Verdorie,” riep Otto tegen Mien, “nu zit je weer bij die andere kerels.” Met zijn kop recht vooruit gestoken en snel watertrappend, scheurde hij met de snelheid van een speedboot door het water.
De eenden die hem aan zagen komen stoven uiteen.
 
”Dit is zo geen leven,” kwaakte Otto naar Albert, die inmiddels wat dichterbij was gekomen, ”dit houdt geen woerd vol.” Albert zag hierin een kans, en dacht, “van Jozef heb ik niets te verwachten met zijn lamme vlerk, ik moet nu diplomatisch te werk gaan, anders vis ik straks achter het net.”
“Otto,” riep hij stoer, ”we moeten nu schouder aan schouder gaan staan en één front vormen, dan kunnen ze niet tegen ons op. Aan Jozef heb je toch niets, dat blijft een sukkel.”
Otto daarentegen, was een andere mening toegedaan: Albert vond hij een gluiperd; nog gevaarlijker dan Jozef, want als het moest práátte hij Jozef nog wel onder water (tafel).
 
Je kon aan Albert merken, dat hij veel hoger was opgeleid. Psychologische dierkunde had hij gestudeerd en zich meer gespecialiseerd in de sociale gedragscode van eenden in het bijzonder. Daarnaast wist hij wat hij zei en kon het zo mooi verwoorden. Daar kon Otto niet tegen op.
Mien daarentegen adoreerde heimelijk Albert, maar had ook bewondering voor de lef van Otto. Ze was een eend van deze tijd en behoorlijk ge-ewoerdcipeerd, daarom had ze ook aandacht voor andere woerden. Heimelijk keek ze naar Albert, ze kreeg vlindertjes in haar buik van hem, als ze met hem zou aanpappen zou ze zelf ook veel meer aanzien krijgen. Alleen, Otto hield haar goed in de gaten, hij kon zich daar zo druk om maken. Mien vond dat zo’n onzin, één slippertje levert toch niet altijd een bebroed eitje op. Arme Otto, hij liet zich door Mien misbruiken, hij was een echte stomme eend en had dit nog steeds niet door.
 
Zelf droomde Otto op een simpele manier van een eigen nest met jongen, maar wel samen met Mien.
Hij wist dat hij af en toe indruk moest maken, door zich met grote snelheid door het water te begeven, want meer interessante eigenschappen had hij niet.
Albert had dezelfde gedachten over nakomelingen, alleen wist hij, als het op vechten uit zou draaien dat hij het onderspit moest delven. In deze eendenwereld wordt overal om gevochten, een fatsoenlijk gesprek voeren is niet mogelijk.
 
“Nee dit moet ik nu eens tactisch aanpakken”, dacht hij.
“Om te beginnen moet ik eerst wat orde zien te scheppen in die groep eenden, b.v. die dagelijkse vijandschap uitbannen en proberen een verbond te sluiten. Ik zal zelf de regels moeten opstellen, want daar is de rest toch te stom voor. En als ik het goed speel, dan werk ik me op als hun leider en kan op die manier de macht naar me toetrekken. Eerst moet ik een begrijpelijk idee lanceren (een lokkertje) zodat ze het gevoel hebben zinnig bezig te zijn. Zoals het gezegde: iedere woerd zijn eigen vrouwtje. Zo`n leuze moet werken, er vallen nu te veel woerden buiten de boot. Inclusief ikzelf natuurlijk. Maar hoe moet je dat veelmannerij-instinct van die vrouwen uitschakelen, dit gedrag is zo hardnekkig. Dit plan moet slagen, ik zal me eerst héél goed voorbereiden.”
“Alleen vraag ik me af waarom al die woerden om Mien heen draaien, het gaat toch echt niet om haar kleding, want haar verenpak is net zo saai als van de andere vrouwen. Natuurlijk kijk ik daar doorheen en zie in Mien, iets liefs, iets moederlijks en daar val ik voor. Met haar slimmigheid zou ze een perfecte moeder zijn, het enige wat mij stoort is dat harde gesnater en geschetter van haar.”
Mien was ook wel gecharmeerd van al die aandacht en liet dat wel eens blijken, door de richting aan te geven zodat Albert haar stiekem kon volgen. Maar Otto liet zich niet zo gauw vangen, hij zag natuurlijk ook die truc van Mien. Albert had daar weer moeite mee en probeerde met veel opvallend vertoon direct wanorde te scheppen en iedereen op te jagen om Otto van de wijs te brengen. Het was echt een beetje stoerdoenerij.
 
Japie, zittend in het zonnetje, sloeg al die verrichtingen gade. Wat spelen die eenden toch allemaal theater, ze proberen constant zich anders te vertonen, dan ze in werkelijkheid zijn. Alhoewel, de hele maatschappij zit vol met dat soort figuren. Deze diepzinnige gedachten lieten hem niet los en hij mijmerde: ‘Stel: dat wat ze tonen niet hun eigen ego is. Stel: dat iedereen een rol vertolkt, wie is dan eigenlijk echt. Dan is normaal, abnormaal of andersom, tsjonge jonge, wat een rare wereld. Ik kan ze verzekeren dat ik echt ben. Mijn leven is eigenlijk heel simpel, als ik honger heb ga ik op zoek naar eten, als ik moe ben ga ik slapen en als ik nakomelingen wil doe ik daar wat aan. Voor zinloze spelletjes heb ik geen tijd.’
 
Japie had weleens van gedachte gewisseld, met een grote grijze duif (of was het een reiger?), ach het maakt niet uit hoe iemand er uit ziet, het gaat uiteindelijk om het gesprek. Dan merk je snel, dat er maar weinig wezens echt zijn. Wat Japie vooral stoorde waren die gemene opmerkingen van Mien, ze vond dat hij nogal achterbaks en solitair leefde. Dat hij geen behoefte had aan ander gezelschap, was wel waar. “Kijk als ik een kinderwens heb,” riep hij tegen Mien, “zoek ik wel even een vrouwtje en dan maakt het voor mij echt niet uit welk vrouwtje.”
Japie had geen behoefte aan vastigheid en vond al die vrouwen die hij onderweg tegen kwam best leuk, maar ze moeten niet al te opdringerig worden. Je moet natuurlijk een romance niet uit de weg gaan. Nee Mien kon zeggen wat ze wilde, maar hij leefde niet in een commune zoals zij. Sterker nog, als bij hem een romance voorbij was liet hij de dames weer gaan. Bij hem had iedereen recht op zijn of haar eigen vrijheid. Zij zorgen zelf maar voor de kinderen, het is eenmaal hun eigen moederwens.
‘Wat is Mien toch een geraffineerde snol, ze kan geen man met rust laten, maar heeft wel altijd kritiek op anderen.’ Nu nog even de ogen dicht doen, lekker. ‘Ach die hele wereld kan me gestolen worden.’ Zzzzz… Japie genoot van het heerlijke zonnetje.
 
DE MORAAL
Laat een ieder zijn leven, leven, zo als hij dat zelf wil. Iedereen is anders, niet altijd beter, maar ook niet slechter. Zolang je de anderen niet ongewild in jouw leven betrekt, heeft een ieder recht op zijn eigen vrijheid. Je hoeft je dan ook niet meer druk te maken om de ander. En het leven zou dan veel minder conflicten kennen.
reacties 2 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 1204


TAXIRITTEN EN STRAATADVOCATEN
Amsterdam/Politiek | mening | 28 Januari 2012 | 11:34:51
TAXI RITTEN EN STRAAT ADVOCATEN
 
Het voorjaarzonnetje was prettig, na al het slechte weer in de voorgaande weken en maanden.
Er waren veel mensen op straat, wandelend met kinderwagens
of beladen met boodschappentassen, iedereen genoot.  Je zag ook ouderen, die schuifelend of extreem slenterent voortbewogen, om zolang mogelijk van de dag te genieten.
Overal zag je groepjes mensen met elkaar praten.
Het openbaar vervoer werd ook niet gebruikt, op de tramhalte stond niet één belangstellende.
Dit gold ook voor het andere vervoer, zoals taxi’s ze stonden in lange rijen te wachten op klanten.      
Op de bank bij de taxistandplaats zaten een stel taxichauffeurs te praten.
Vaak waren het hele korte oppervlakkige gesprekken, omdat de tijdsduur tussen de ritten tekort waren.
Maar vandaag zaten ze letterlijk en figuurlijk op  hun praatstoel. Soms hoorde je wat stemverheffingen, waarvan je duidelijk kon horen dat ze het niet allemaal met elkaar eens waren.
 
“Jan,” hoorde je iemand zeggen, “dat is mooi praten maar sta zelf maar eens voor dat probleem.”
Jan reageerde direct.
“Kees, ik vind dat ze veel zwaarder moeten straffen, want die rechtspraak tegenwoordig wordt toch gedaan door een stelletje wereldvreemde figuren.  Rechters die helemaal geen binding hebben met de huidige maatschappij.
Ze zitten daar in hun ivoren toren en hun uitspraken worden gedicteerd uit boeken. Daarnaast zitten ze andere rechtszaken te lezen om zo goed mogelijk een uitspraak te doen.  Zelfs dan falen ze."
“Ik vind dat Jan gelijk heeft,” reageerde Gert.  “Je weet toch zelf ook wel, dat als wij een verkeersovertreding begaan, ze ons wel weten aan te pakken.”
Nu kreeg Jan, altijd snel gelijk van Gert, omdat hij tegen hem opzag en zelf niet zoveel zinnigs in kon brengen in dit gesprek.
 
“Ja maar Jan wat zou jij dan willen veranderen in onze wetgeving?” ging Kees verder.
“Nou daar heb ik wel wat ideeën over. Als het om een verkeersdelict gaat, moet je iedereen straffen naar vermogen. Als je de overheid moet geloven zijn de boetes bedoeld om mensen op te voeden. 
Maar dit is een farce, totale onzin.
Als ik een bekeuring krijg, die misschien zeer terecht is, dan is dat werkelijk een rib uit mijn lijf. Een bedrag van 50 euro is voor mij hoog genoeg om me te straffen.
Maar als je een rijkeluiszoon bent, of zelfs miljonair en je krijgt een boete van 50 euro dan lachen ze daar toch om.
Dat bedoel ik nou, beboet iedereen naar zijn vermogen.  Vermogen en bezittingen zijn makkelijk te achterhalen bij de fiscus.”
“Ik vind dat ook wel,” het ging Gert een beetje boven zijn pet en hij hoopte dat dit gesprek een beetje meer op zijn niveau kwam.
“Jan hoe zou je dat willen veranderen?”
“Heel simpel doe net als in Amerika, daar heb je een burger rechtspraak.
Je hoeft het natuurlijk niet helemaal over te nemen, want de rechtspraak is daar ook niet feilloos.
Maar met burgerlijke inspraak, leert de rechter hoe de massa over dat soort zaken denkt. Op dit moment is die afstand veel te groot en de mensen worden argwanend.”
“Het klinkt leuk, maar zou jij jezelf daarvoor beschikbaar willen stellen?”
“Natuurlijk. Als je als rechter een burger jury hebt, dan kunnen ze hem niet alléén aansprakelijk stellen voor eventuele missers.
We kennen nu genoeg zaken waar mensen onschuldig zijn veroordeeld en waarna bij heropening van hun zaak, zij alsnog vrij komen. Wat dan weer, zeer terecht, met een gigantisch claim moet worden vergoed.”
 
Teun had het allemaal aangehoord en vond die gedachtegang niet slecht. Maar hij had ook een vraag aan Jan.
“Hoe sta jij tegenover de doodstraf, heb je daar wel eens over nagedacht?”
“Kijk een moord… is nooit goed te praten, maar als alles goed is onderzocht en er zijn begrijpelijke omstandigheden, dan zal je de strafmaat daarop moeten aansluiten.
Maar een recidivist mag van mij ter dood veroordeeld worden. Niemand heeft het recht een ander zijn leven te ontnemen. Moordenaars die in herhalingen vallen zijn geen mensen.
Tegenwoordig lopen er in de maatschappij zoveel gekken rond, die moord als hun taak zien, die moeten toch anders veroordeeld worden..
Ik ben voor de gedachte   ‘gelijke monniken, gelijke kappen.’  Die zoetsappige manier, moet maar eens veranderen.
Als je de democratie wil handhaven, dan moet je je tegenstander harder aanpakken.
Maar apropos, ik zie daar een paar mensen bij mijn wagen staan die ga ik even wegbrengen.  Kees over dit onderwerp hebben we het nog wel een keertje.”
 
Het gesprek ging op hetzelfde niveau verder.
Teun had dit allemaal zo aangehoord en nog geen woord ingebracht.  Maar hij wilde nu van Kees wel weten hoe hij over de ideeën van Jan dacht.
“Vind jij dan niet, dat het rammelt in onze rechtspraak?”
“Natuurlijk ben ik er ook niet tevreden mee, maar heb daar nog geen stelling tegen genomen net als Jan.  Ik kan me wel vinden in zijn ideeën over burgerinspraak.  Alleen hoe dat allemaal ten uitvoer gebracht zou moeten worden, dat weet ik echt nog niet. Wat ik zelf belangrijk vind is dat de mensen die zijn berooft of bedreigt of nog erger, wat meer in bescherming worden genomen, want daar ontbreekt het nog steeds aan.
Maar wat is jouw mening dan?”
“Mijn mening is dat het een grote bende is, vergeven van klassenjustitie.  Deze jongens houden hun collega’s, waar ze mee op de universiteit hebben gezeten de hand boven het hoofd. Wij zijn kleine jongens, die nemen ze te grazen omdat wij ons niet kunnen verdedigen. Natuurlijk kan je voor grote zaken een advocaat toegewezen krijgen, maar al die kleine bekeuringen die je beroepshalve krijgt dat kost gewoon je geld. Als je dit allemaal verandert wil hebben, moet je eerst een politieke partij warm zien te krijgen over dit onderwerp.”
 
Gert had genoeg gehoord en was in zijn auto gaan zitten. Zulke zwaarwichtige gesprekken daar had hij geen zin in. De telefoon ging en daar hij eerste man was nam hij op.  “Taxi!  Wat zegt u… ik versta u niet, het is zo’n herrie om mij heen.
Ja natuurlijk kom ik, maar dan moet u wel even duidelijk het adres doorgeven. Als u nu gewoon hard en duidelijk praat dan ziet u mij verschijnen.”
Gert keek naar zijn collega’s en haalde zijn schouders op.
De telefoon begon nu luid te galmen en te tetteren. KKKUNT  UUU  NNNAAR  CCAFE…  KKOMEN OP  DDD  NNICOLAAS  WW WW WWITSENKADE  NNUMMER … ?”
Gert hield zijn hand voor de hoorn en riep tegen zijn collega’s.  “Het is net 11 uur en die vent is nu al zat.”
Hij had nu duidelijk het adres gehoord en zei,  “ik kom eraan!”
Toen hij van de standplaats weg reed, dacht hij nog aan die kerel die zijn taxi vol gespuugd had.  Dit zou hem nu niet meer overkomen en hij zou de situatie eerst even  aankijken.
Voor de deur van het café stond een hele nette heer. De man kwam op hem toelopen en stapte op de passagier plaats voorin.
Gert begon al een beetje te twijfelen, de man maakte helemaal geen dronken indruk.
“Centraalstation,”  zei hij heel beknopt en correct.
Om een gesprek te beginnen zei Gert, “ik dacht dat het café om deze tijd nog gesloten was.” 
“Jjja dat kklopt ik mmocht ddaar even bbellen.”
Bert keek hem beschaamd aan en verontschuldigde zich. “Sorry dat ik zo reageerde door de telefoon.”
“Ggeef niet hoor ddat  gebeurt wwel meer.”
Het werd verder een hele stille rit.
 
Een paar uur later hadden Jan en Kees elkaar weer gevonden op een andere standplaats. “Jan, je had het in het gesprek over de democratie, maar wat is daar mis mee?”
“Met de democratie is niks mis, ik zou daar ook niet van af willen.
Alleen denk ik dat het systeem niet tegen terrorisme opgewassen is. Als je deze lieden goed wil straffen, moet je daar hard tegen optreden. Want zoals het nu gaat is dit veel te soft.
Ik geloof niet in die bijbelse uitdrukking, dat als je een klap op je ene wang krijgt, dat je dan je andere wang toekeert.
Eigenlijk zou je ze met dezelfde middelen moeten bestrijden, maar dat kan natuurlijk niet, dat is geen democratie.
De politiek moet eens goed door de wetsartikelen gaan wandelen en daar de boel eerst eens flink aanpassen in deze maatschappij.”
Kees kon zijn mening wel waarderen, hij herinnerde zich nog andere zaken die in het taxibedrijf waren gebeurd. Overvallen met geweld en bedreigingen waarna de dader snel was gearresteerd, alleen liep de dader nóg sneller weer buiten.
Hij had in de loop der jaren diverse geboefte meegemaakt, die na hun veroordeling lachte om de straf die ze hadden kregen.
 
Er stapte een jong stel in zijn taxi.
“Zegt u het eens, waar moet u naar toe.” 
“Wij moeten naar het stadhuis om onze ondertrouw te regelen en om de datum van ons trouwen vast te stellen.”
“Prima, dus ik zal jullie bij voorbaat maar vast feliciteren.”
Hevig verliefd en in elkaar gestrengeld zaten ze op de achterbank.
Terwijl hij optrok en in de spiegel keek zag hij dat de jongen daar zat met een behoorlijk blauw oog.
Nieuwsgierig als hij was moest hij toch even vragen hoe of dat kwam.
“Dat oog van jou is geen feestverlichting hé?”
“Nou nee… dit lijkt erger als dat het is.”
Zijn meisje zat een beetje te grinniken.
“Zoiets kan gebeuren, maar het wordt al een stuk minder. Ik lig weliswaar in onmin met mijn schoonvader, maar dat oog heeft daar niets mee te maken.
Bij een vriendschappelijk partij tennis heb ik dat opgelopen.”
Kees had het gevoel, dat hij het niet erger wou maken voor het meisje, ze vond dit gesprek niet prettig.
“Ja, dat is wel vervelend, misschien is het al over als je gaat trouwen.”
 
Over de mobilofoon hoorde hij de centrale roepen, “is er iemand in de buurt van de Ceintuurbaan.” Die oproep had hij al een paar keer gehoord, de telefoniste kon niemand bereiken. “Hebben jullie bezwaar als ik mij even meld, ik heb gehoord dat het over een bloemstuk gaat.  Ik zal dat met jullie rit wel regelen die kosten zijn voor mij. De centrale zit in de problemen met deze rit.”
Het stel knikte een beetje schuchter en zei dat het goed was.
“Ik zal evengoed zorgen dat jullie bijtijds op het stadhuis zijn.
Centrale met nr…”
“Dit bloemstuk moet zo snel mogelijk naar de begraafplaats in oost. Er gaat daar een begrafenis plaats vinden. De mensen van het bloemstuk staan onderweg stil met hun auto, na een aanrijding.”
In de bloemenzaak vertelde Kees, dat hij al een rit had en dat deze mensen eerdaags gingen trouwen.
“Dan geef ik je een extra bos mooie rode rozen mee voor hen en wens ze het allerbeste.”
In een record tempo was hij in oost. De man die hem tegemoet liep vroeg waarvoor hij kwam.
“Ik heb hier een bloemstuk voor mevrouw Faassen.”
“Dat is niet mijn zaak, ik ben hier voor de heer Kruisen, maar je kan die bloemen wel daar op de kist leggen in de aula.”
Kees vond het een beetje eng,  “kan ik het niet gewoon afgeven dan kan ik verder.”
“Nou dat wordt moeilijk er is op dit moment niemand aanwezig en mevrouw Faassen kan het niet meer aanpakken.”
De man lachte erbij, het was een beroeps grapje.
“Daar achter die ijzeren deur kun je haar vinden en je hoeft niet te kloppen,” grijnsde de hij.
Wat een rot kerel dacht Kees. Binnen was het schemerdonker en hij zag onder de glazen plaat de vrouw liggen. Snel gooide hij het boeket erop en liep meteen naar buiten.
 “Heeft u de linten nog een beetje uit elkaar gelegd en geordend?”
De man had Kees door en zag zijn angst.
“De groetjes” riep Kees verontwaardigd en spurtte snel naar zijn wagen.
Met het zweet op zijn rug scheurde hij naar het stadhuis, waar het stel hem nog bedankte voor die mooie rozen..
Het was voor hem vandaag echt een dag van ‘ROUW EN TROUW’
 
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 952


CAMPING
Hobby/Fietstochten | humor | 18 Januari 2012 | 13:14:14
CAMPING
 
Nadat we een plan hadden gemaakt, wanneer en hoe laat we zouden vertrekken, werd er met véél overleg bepaald hoe of de caravan gestouwd moest worden.
Daar wij in die leeftijdsgroep thuis horen die lang weg kunnen blijven, was het plan 6a7 weken.
Met een paar overnachtingen was het doel Narbonne.
Het was vrijdag de dag voor vertrek.
Het weer was niet gunstig, afgezien van de regen was er ook veel wind voorspeld, vooral aan de kustzijde.
Voor de deur stond de caravan inmiddels te schudden door de windvlagen die af en toe kwamen aangieren. De vakantie stemming was gedaald tot het nulpunt.
“We kunnen morgen niet vertrekken,” was de opmerking van mijn vrouw.
“Nee,” zei ik bedeesd. “Misschien moeten we een paar dagen wachten”.
In wezen maakte het niets uit, tijd zat. Maar als je in je hele leven aan tijden en afspraken gebonden was, is het heel moeilijk van je planning af te stappen.
Nadat we alle weersvoorspellingen hadden gehoord op de radio en bekeken op de tv, waar uiteraard niets beters werd verwacht, moesten wij ons hierbij neerleggen.
De storm bleef bulderen en we gingen met het laatste nieuws over het weer naar bed.
Met een onrustig gevoel viel ik in slaap en werd om het uur even wakker. Om 2 uur in de ochtend was ik klaar wakker, niet door het gebulder, het was nu volkomen windstil.
Ik heb daarna nog een kwartier liggen luisteren en te draaien, toen voelde ik wat beweging naast me.
“Ben je wakker?”
“Nu wel nou jij het vraagt,” was haar antwoord.
“Hoor jij de wind?”
“Nee ik hoor niets.”
“Dat bedoel ik nou, het is windstil. Weetje wat we doen, we gaan nu rijden.”
Ze moest even aan het idee wennen, maar stemde ermee in.
Nadat er in huis nog het nodige dingen geregeld moest worden, reden we om 3 uur weg.
“We zullen zo snel mogelijk bij de kust vandaan gaan, in het binnenland is het vast gunstiger,” zei ik, hoopte ik.
Het geluk was met ons, uren later in de buurt van de stad Luxemburg waaide het wel maar dat stelde niet zoveel voor.
Na 600 km en een paar rustpauzes, zagen we de eerste zonnestralen. Dat vergoedde een hoop. De zon is daarna niet meer weggebleven en na drie dagen waren we op plaats van bestemming.
Als je een camping op komt rijden is de sfeer daar net als in een klein dorpje. Je krijgt volledig de aandacht van de anderen kampeerders, vaak om je te helpen. Daarentegen zijn er ook mensen die je gaan observeren of je een oude of een nieuwe caravan hebt. Dat schijnt voor hen een soort graadmeter te zijn over je financiële situatie en je beschaving.
Een auto en caravan van een recente datum, die zijn welvarend.
Hele nette vakantie kleding, dat zijn vast kakkers.
Een oudere auto en caravan, dat zijn een stel armoedzaaiers.
Natuurlijk kom je vreemde figuren tegen.  Een prachtige dure wagen en een schitterende caravan waar een man uitstapt op klompen. Ze zijn hagel nieuw omdat hij ze thuis nooit gebruikt heeft, zelfs niet voor de tuin. Al strompelend loopt hij rond om dit te tonen aan de buitenlanders op de camping. Zo iemand wordt niet voor normaal aangezien.
Natuurlijk klopt dat niet altijd.
Maar ik betrap me er zelf ook op.
Soms zie je mensen met een air en een branie rondlopen alsof de hele wereld van hen is. Als zijn financiële vermogen net zo groot is als zijn kapsones. Liet ik mij in zijn plaats lekker verwennen in het Hilton hotel, waldorf Astoria of in een ander duur hotel en begrijpt dan ook niet wat zo iemand op een camping doet.
Het eerste bezoek is naar het toiletgebouw waar de sanitaire voorzieningen worden gecontroleerd. Hier mee word de kwaliteitswaarde van de camping gemeten. De plek waar je staat speelt ook een belangrijke rol en niet te vergeten de buren.
Daar wordt met sociale gradaties gemeten, wat voor mensen het zijn.
Als je een aantal kratten bier die je ziet staan, is dat meestal een groep motorrijders.
Zo zie je allerhande mensen van diverse soorten pluimage. Sommige in een bijna professionele outfit voor wie (zoals het lijkt) de 4 daagse en makkie is. Ook zie je nordic walkers. Er word ook veel gefietst en anderen zitten bij de caravan te suffen of te lezen.
Sommige mensen hebben bijna een draaiboek nodig om de caravan goed neer te zetten.Dit gaat met veel overleg, waarbij de vrouw uiteindelijk de leiding heeft.
Ten eerste: als er zon is waar komt hij op en gaat hij onder. En als het een langdurige warme periode is, dan het liefst onder een boom om de caravan wat koel te houden.
Maar bij een regentijd, niet onder de boom vanwege dat  druppelen op het dak.
Voor dat doel moet de caravan meerdere malen gedraaid en verzet worden.
Tegenwoordig zijn er veel met een mover uitgerust, een door elektra aangedreven wielrol op de band.
Dan het waterpas zetten, net zo lang tot alle partijen tevreden zijn.
Daarna, waar is de stroompaal en hoeveel ampère heeft die.
Je ziet ook mensen de camping opscheuren, ze zetten hem zo neer zoals het uitkomt, stoelen en tafeltje naar buiten, pilsje uit de koelkast en klaar is kees.
Er komt een grote caravan aan rijden, ik schat het al gouw een jaar of 18 oud, met een splinternieuwe mercedes ervoor. Het is een ouder echtpaar. De man helpt zijn vrouw uitstappen, ze loopt heel moeilijk met stokken en hij zet haar op een stoel die reeds voor haar klaar staat.
Het kamperen deden ze al jaren. Toen de man de caravan op zijn plek had staan, die hij heel handig manoeuvreerde, Moest hij alsnog de poten uitdraaien, dit was nu net het probleem.
De man liep met de slinger in het rond en nadat hij een paar keer geprobeerd had te bukken lukte het hem niet de klus te klaren. Hij keek een beetje beschaamd in het rond. Nu zijn er altijd wel mensen die even komen helpen.
Zijn vrouw kon zonder zijn hulp niet in de caravan komen.
Zelf zou ik, wanneer ik de poten niet meer kan uitdraaien, stoppen met kamperen.En als je een dure Mercedes kan betalen, dan ging ik liever een hotelvakantie houden.
In het waslokaal stond een andere meneer zich te scheren, zijn vrouw had hij bij de deur neer gezet. Hij kon haar omdat ze dement was niet meer alleen laten. Wanneer ze weg zou lopen zouden er enorme problemen ontstaan.
De vrouw was zwaar dement, ze stond met een uitdrukkingloos gezicht, te kijken naar de andere aanwezigen. Plotseling, net alsof ze een prik kreeg, begon ze alle handdoeken te verzamelen.
Haar man gaf een schreeuw, “nee, afblijven” en pakte ze af om ze weer terug te leggen.
Hij geneerde zich een beetje.
“Dit kan niet meer,” verontschuldigde hij zich tegen de andere aanwezigen.
“Ik moet haar even opsluiten in de caravan, dan kan ik mij verder scheren. Alles moet toch gewoon doorgaan.”
In de namiddag zag je de vrouw met een grote slab voor de caravan zitten, waarbij ze gevoerd werd door haar echtgenoot. Dit hele gebeuren zag er erg lief uit, maar is kamperen dan nog prettig.
Een jong gezin met 4 kleine kinderen ongeveer 5 jaar een van 4 jaar, een van 2 en een baby van half jaar,
Er werd door de man een grote bungalowtent opgezet. Hun slaapgelegenheid bestond uit luchtbedden en een kampeerledikantje voor de baby en een soort hangmat.
De verzorging waarbij allebei de ouders bezig waren hield ze constant aan de gang.
Bij het naar bed brengen werd er wel gekrijst, je moet wat op kunnen brengen om op zo een manier te gaan kamperen.
Overigens heb ik wel bewondering voor deze mensen.
 
reactie 1 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 1118


GEZAMELIJKE INTERESSES???
Maatschappij/50plus | humor | 18 Januari 2012 | 13:14:11
GEZAMELIJKE INTERESSES ???  
 
Vrouwen beleven de dingen toch heel anders dan mannen.
Mannen zijn veel meer rechtlijnig meer to de point.
Vrouwen zien veel meer randinformatie, die voor mannen
onbelangrijk zijn.  
Bijvoorbeeld: Bij een Quiz.
Er zitten vier deelnemers achter een balie.
Een presentatrice en een presentator stellen om beurten een
paar vragen.
Er zijn daar 4 antwoorden op mogelijk.
Voordat ze de vraag stelt, verteld de presentatrice  eerst dat
de deelnemers op a,b,c, of d moeten drukken voor het antwoord.
“Ik stel u nu de eerste vraag.”
Ze rommelt nog even in haar papieren.
Iedereen wachtte. Ook Fred.
 
“Vraag 1: 
Wanneer vloog dat hondje laika in een heel klein  ruimtevaartuig 
rond de wereld?”
Fred speelt mee om te kijken wat er nog is blijven hangen van
al zijn kennis. En...of zijn geheugen hem niet in de steek laat.
Dat waren zijn zorgen nu hij ouder werd.
Hij mompelde zacht, “Was dat niet ongeveer rond 1957 of 1958?”
Zijn vrouw tikt tegen zijn arm.
Ze heeft zeker het antwoord al.  Ja zij wel. Terwijl hij nog
zat te peinzen, wat het goede antwoord zou zijn.
De deelnemers wisten het ook niet precies en op de gok
drukte ze maar een letter in.
Zijn.. antwoord stond er niet bij.
“Heb je het ook gezien,” hoorde hij naast zich.
Een beetje jaloers vraagt hij, “wat?”
Nieuwsgierig wat haar antwoord zou zijn.
“Ze is zeker al drie maanden in verwachting.”
 “Wie?” Eigenlijk kon het hem geen moer schelen.
“Die presentatrice.”
“Oh, nou ik kan daar niets aan veranderen hoor.”
 
“Vraag 2”
“Verdorie nou heb ik het antwoord gemist, alleen omdat jij
met die opmerking komt wat helemaal niet belangrijk is”
Nou wist hij nog steeds niet hoe het met zijn hersens gesteld
was.
“Wat was het antwoord?”
“Wat?”
“Dat antwoord op die vraag van net?”
“Oh daar heb ik niet op gelet.”
“Je zit toch ook mee te kijken?”
“Jaaa,” zegt ze overduidelijk.
“Heb jij nou die 2e vraag gehoord?”
“Welke vraag?”
“Nou die de presentator vroeg?  Eeeeh… ik kan niet op zijn
naam komen.”
“Nee…heb jij het dan ook niet gehoord?”
“Natuurlijk niet als jij er doorheen praat.”
“Fred ik begrijp het echt niet…je vind quizzen altijd zo leuk?
Nou weet je niet eens de vraag.” 
Het leek net een verwijt.
Fred voelde een heftig geborrel in zijn maag opkomen en
raakte wat geïrriteerd.
 
Vraag 3: Hoorde hij stellen.
“Die hele tweede vraag is me nu volledig ontgaan. Weet je
het echt niet?”
“Oooo uuuh… dat was…uuuh, wanneer is Orson Welles
overleden, volgens mij in 1985.”
Klonk het opgewekt, de vraag was haar niet ontgaan.
Hij dacht dit is toch te gek, ze weet het antwoord ook al.
“En wat is nu vraag 3?” 
Weer had hij de vraag gemist.
Hij hoorde haar de vraag extra benadrukken.
“Hoe groot is de omtrek van de aarde?” Ze deed net voorkomen
dat hij zo stom was.
Nu zat hij er bovenop en wist zeer zeker het antwoord. 
Snel opschrijven voordat quizmaster het antwoord geeft.
Anders leek het net dat hij hem napraatte en het antwoord
niet van hemzelf was.
Achteraf vond hij dat die hele quiz vol zat met onzin vragen,
alsof je daarmee de wereld kan redden.  
“Oh,” hoorde hij zijn vrouw zeggen. “Hij heeft zijn ring afgedaan,
dus het is echt uit tussen die twee. In de Story hadden ze dat
ook al ontdekt. Wat heeft het nu voor zin om dit altijd te ontkennen?”
Fred liet haar maar door ratelen, zocht papier om het antwoord
op te schrijven.
Naast hem hoorde hij,  “40.074 km.”
Hij liet het hier maar bij en gaf geen antwoord. Je krijgt niet
eens de tijd om het antwoord te bedenken.
Net zo makkelijk als het antwoord wat ze gaf, ging ze verder
met, “moet je die griet zien?”
“Welke? Ik zie drie meiden en een jongen.”
“Nou die in het midden zit.”
“Wat is daar nu weer mee?”
“Die blouse past helemaal niet onder dat setje wat ze aan
heeft. En die decolleté is ook veel te laag. Het is géén gezicht”
Fred had dit nog niet eens gezien en inderdaad, je kon bijna alles zien.  
 
“Vraag 4: Op een hele………" 
De telefoon ging over, voordat ze beiden die vraag helemaal
gehoord hadden.
“Ha Els… leuk je te horen. Wat we nu aan het doen zijn?
We kijken samen gezellig naar die leuke quiz. Maar als je hem
op de zelfde zender zet, kan je zien wat ze aan heeft.
Belachelijk gewoon. En hij zit toch wel in een scheiding hoor”
Aan de andere kant kwam een vraag.
“Ja leuk hè, dat komt omdat we samen dezelfde interesses hebben.
     
 
reacties 2 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 359


TEGENSTELLINGEN
Bizar | mening | 18 Januari 2012 | 13:14:04

 TEGEN(in)STELLINGEN

 
Psychologie v/d koude grond.

Het is zoiets als denken het  te weten, of het  te veronderstellen.

De echte psychologische wetenschap is ook alleen maar groter geworden, door u en mij uit te horen over bepaalde levensvraagstukken.

En als je een beetje levenservaring hebt, kan je een hele hoop dingen zelf verklaren en oplossen.

Want is het niet zo???  Dat we vaak geconfronteerd worden met psychologen die er ook maar een potje van maken.

Kijk maar naar al die foute verlofregelingen in die TBS inrichtingen, (vergeef me de oude benaming maar dat klink zo vertrouwd) waar mensen uit komen die gewoon weer verder gaan met moorden.

 
Later komt er als excuus een heel lang wetenschappelijk verhaal,  waarbij de gewone burger de onzin van inziet.

Natuurlijk is het zo dat in hun literatuur, een hele boel wijsheden staan. Alleen ze zijn niet altijd toe te passen in de tijd waarin we nu leven.

Ook in de gedachten van de psychologen, zijn de normen en waarden niet meegegroeid.

Dingen waar we tegenwoordig niet meer van achterovervallen, waren 80 jaar geleden misschien wel heel misdadig. Iedere tijd eist nu eenmaal een ander inzicht.

 
Zo heb ik gemerkt dat in de karakters van mensen, altijd een tegenovergesteld gedrag bestaat.

Net zo scherp als zwart en wit,  is dat vaak ook in de menselijke geest.

Ik zeg hierbij wel, dit is mijn simpele burgermanswetenschap, geen kennis uit boeken maar uit de praktijk.

De grootste misdadiger heeft ook een andere mildere kant.

En de meest zachtmoedige mens, heeft ook een sluimerend sadistisch gevoel.

 
Als mens kennen we toch uitdrukkingen als ‘ruwe bolster blanke pit’. Of neem bijvoorbeeld pistolen Paul, grof tegen overheden en voor niemand bang, maar met een grote zwak voor dieren.

Dierentreiteraars hadden geen schijn van kans meer.

Deze kennis geld alleen voor normale mensen, (nu is het begrip normaal ook maar betrekkelijk.)

Ik heb het alleen over pure mensen, mensen die niets nodig hebben om te veranderen, zoals drank of drugs.

 
Ook dit is geen uitspraak met enig medische kennis, maar meer uit de belevenissen om mij heen.

Wanneer mensen zich te goed doen, aan allerhande verdovende middelen cq  pepmiddelen. Dan praat je niet meer over mensen, maar… over ongeleide projectielen.

Deze figuren kun je niet met proefverlof in de maatschappij loslaten.

reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 772


Locations of visitors to this page Home   weblog sinds: 2005-04-26

Ontwikkeld door punt.nl en gehost door mijndomein.nl. Problemen met de inhoud van deze log? Klik hier.